Als er één boodschap gedestilleerd moet worden uit de vuistdikke bloemlezing vol muziekverhalen samengesteld door Leon Verdonschot: laat de popjournalistiek nooit opgroeien en voor altijd zoekende blijven.

Goed beschouwd is het helemaal niet zo gek dat samensteller Leon Verdonschot zijn bloemlezing over de Nederlandse popjournalistiek begint met een artikel over de teloorgang van soulstraatkat Amy Winehouse.

Het portret van Sander Donkers en David Kleijwegt is tegelijkertijd een fikse aanklacht tegen de hedendaagse verering van sterren op het verkeerde pad alswel een erkenning van het onmiskenbare talent van Winehouse.

Of zoals de heren het zelf schrijven: "als ze uitsluitend thee had gedronken, aan yoga had gedaan en verknocht zou zijn aan een hangoorkonijn, was 2007 óók het jaar van Amy Winehouse geworden". Dat was óók een verhaal geweest. Een ander verhaal, maar desalniettemin een verhaal.

Verhalen

In de vuistdikke bundel van Verdonschot zijn maar liefst 167 van dit soort en andere verhalen verzameld. Naast (verzonnen) interviews staan er ook brieven in van onder anderen Jan Donkers (die een geheime liefde koestert voor Dolly Parton tot hij haar patriottische album For God and Country in handen krijgt) essays (waaronder een lange van Joost Zwagerman over het fenomeen Madonna), de obligate recensies en andere verhalen over de pure en vaak jongensachtige liefde voor muziek.

Weggefrommeld

'Beste' blijkt een rekbaar begrip. Voor de samenstelling van zijn bundel hanteerde de persoonlijke smaak van Verdonschot als belangrijkste criterium. Dat er ook een bescheiden aantal verhalen van zijn hand in de bundel hun kop opsteken blijkt terecht te zijn; lees zijn getergde portret van Jacques Herb en je begrijpt waarom Verdonschot voor zijn verhalen de Pop Pers Prijs heeft gewonnen.

Maar Verdonschot heeft ook artikelen opgenomen die niet zo goed zijn volgens de huidige norm. De artikelen van voor 1970 staan achterin de bloemlezing weggefrommeld en zijn volgens de samensteller "leuker als u ze hardop voorleest terwijl u Philip Bloemendal nadoet."De serieuze popjournalistiek in Nederland kwam pas eind jaren zestig op en begon met de aanstelling van Jip Golsteijn bij De Telegraaf. Drie jaar later verscheen de eerste editie van het muziektijdschrift OOR en toen kon het feest pas écht beginnen.

New journalism

In deze verzameling verhalen vormt Peter van der Bruggen een klasse apart. Zijn bijdrage bestaat uit maar liefst tien verhalen. In de jaren zeventig perfectioneerde hij met zijn gonzoverhalen over de anarchistische punkbands met wie hij geregeld meeliftte de new journalism-stijl die zo in zwang raakte.

Zijn verhalen zijn bijzonder en staan model voor de rest van deze bloemlezing: niet zozeer de popsterren staan hier in de schijnwerpers - dit keer niet - maar de schrijvers. De bundel geeft impliciet antwoorden op wat ons aantrekt in muziek, of juist niet. En natuurlijk mag je lachen om bijvoorbeeld het uitgeschreven interview van Van der Bruggen met Sex Pistol Johnny Rotten vol scheldwoorden. Och, die goeie ouwe punktijd toen je nog plompverloren met bandjes mee kon reizen.

Zoekende

Eén ding wordt wel duidelijk na lezing van van de verscheidene uitingen van de geschreven muziekliefde in De Beste Muziekverhalen van 1945 tot Nu: het Nederlandse popjournaille is nog steeds zoekende naar vorm en bokst in feite nog op tegen de professionele Anglicaanse broeders. Maar juist dat zoekende element en de humor die ermee gepaard gaat is wat de popjournalistiek in Nederland zijn glans en charme geeft. Dat de journalisten m/v nog maar lang het zoekende, puberale en humoristische karakter mogen behouden.

Uitgeverij: Carrera

Mark Sluymers