Caro Ramsay opent krachtig, maar gaandeweg verzandt ze in romantische karikaturen. Opletten geblazen voor de liefhebbers van Rita Verdonks Trots op Nederland: Ramsay verwerkt een oer-Hollands tintje in haar debuut.

Ze vliegen je werkelijk om de oren: die beruchte literaire thrillers die stiekem huis-tuin-en-keukenthrillers boordevol bloed en getroubleerde rechercheurs zijn. Uiteraard kan het ook andersom. De Schotse Caro Ramsay probeert in haar misdaaddebuut het thrillerelement naar de achtergrond te drijven om haar verhaal over een obsessieve liefde die twee decennia bestrijkt tot volle bloei te laten komen.

Maar heeft ze daar even buiten haar uitgeverij gerekend. Die promoot het boek plompverloren als een van die hardgekookte thrillers.

Marketing

Naar de reden van zo’n beslissing kun je als simpel lezertje alleen maar gissen. Vast iets marketingachtigs waar een heleboel slimme jongens vast heel goed over nagedacht hebben. Of men heeft gewoon doorgehad dat het met dat literaire karakter van Absolution wel meevalt.

Want hoewel Ramsay haar thriller op een mysterieuze en boeiende manier opent en vervolgens diep graaft om de menselijkheid (lees: feilbaarheid) van de stoere politieman bloot te leggen, begint er gaandeweg iets te wringen. Noem het ongeloofwaardigheid, of een overvloed aan toevalligheden. Of voorspelbaarheid. Of een toch iets te karikaturale benadering van het genre dan je op de eerste vijftig bladzijden kon vermoeden.

Zelfmoord

Het begint zo mooi: beginneling Alan McAlpine krijgt bij de politie van Glasgow een ogenschijnlijk simpele taak toegewezen. Hij moet de wacht houden in het ziekenhuis bij een hoogzwangere vrouw die door een onverlaat is overgoten met bijtend zuur. Haar dochtertje komt gezond ter wereld, maar de vrouw zelf is ernstig verminkt en de artsen vrezen voor haar leven.

Dat weerhoudt de jonge McAlpine er niet van zich bij haar betrokken te voelen. Hij raakt gefascineerd door de mysterieuze blondine. Langzamerhand ontdekt hij dat ze van Nederlandse origine is en dat ze zelfs betrokken is geweest bij een grootscheepse diamantsmokkel.

Het zuurincident blijkt een wraakactie en dat is ook de reden dat de vrouw zelfmoord pleegt, om haar dochter een leven op de vlucht te besparen. Het eens zo mooie gezicht van de vrouw mag dan wel afgebeten zijn door het gemene goedje, haar moederinstinct is niet aangetast. McAlpine blijft verbijsterd en in diepe rouw achter.

Twintig jaar later

Twintig jaar later spookt de mysterieuze Hollandse Anna nog steeds door het hoofd van McAlpine. Inmiddels is deze Schotse blok graniet gepromoveerd tot Detective Chief Inspector en getrouwd met een succesvolle carrièrevrouw, maar zijn geluk wordt nog steeds overschaduwd door zijn herinneringen aan “haar”.

Zijn vrouw weet het: drank en andere vrouwen, alles grijpt de getroubleerde rechercheur aan om Anna uit zijn kop te rammen. Voor zijn collega’s zijn de overpeinzingen van “the boss” een groot raadsel. McAlpine leidt ondertussen het politieteam dat jacht maakt op de zogenaamde Crucifixion Killer, een seriemoordenaar die “immorele” vrouwen op hardhandige wijze ombrengt en hun lichaam zo positioneert als de gekruisigde Jezus Christus.

Alle sporen leiden naar een kerkelijke charitatieve organisatie in Glasgow én een jongen die wel eens eerder heeft gezeten voor een gewelddadige moord. Wie o wie is de gevreesde maniak?

Romantische ziel

Die klopjacht vormt slechts een handige kapstok voor het liefdesverhaal dat Ramsay wil vertellen. Natuurlijk: ook zij heeft openlijk plezier in het beschrijven van uitgerukte ingewanden en ingetrapte schedels, maar ze bezondigt zich niet aan kwalijk pageturnerisme. Als ik heel eerlijk ben is het middenstuk van Absolution zelfs ietwat aan de taaie kant.

Dat komt mede doordat Ramsay zich laat kennen als een hopeloos romantische ziel. Je kunt je afvragen hoe geloofwaardig een karakter is die al twintig jaar met hartzeer rondloopt in die harde politiewereld die Ramsay daar tegenover zet. Je kunt je ook afvragen – na de zoveelste toevalligheid – of de wereld van Ramsay niet wat te simplistisch is.

Ook de ontknoping is – hoewel knap gecomponeerd - wat aan de melodramatische kant. En voor de Nederlanders wat voorspelbaar bovendien, omdat je door Ramsays gebruik van oer-Hollandse namen gemakkelijk het één en ander kan terugvoeren op elkaar.

Moed

Maakt dat het debuut slecht? Nee. In zijn genre is Absolution zeker wel verfrissend. Ramsays lekkere schrijfstijl en gevoel voor sfeer maakt dat de lezer blijft lezen en zich nét door dat taaie romantische gedoe weet heen te knagen.

Bovendien kun je Ramsay zelfs enige moed toeschrijven: in dit eerste deel van wat een reeks moet worden laat ze gelijk een belangrijk figuur van het toneel verdwijnen. Dat belooft wat voor het volgende deel, waarvan al een voorproefje achterin dit boek is opgenomen. Die marketingjongens weten inderdaad wel wat ze doen.

Uitgeverij: Michael Joseph/Penguin