Sarah Hall - De vrouwen van Carhullan

Futuristische fabel over een afgelegen eco-toevluchtsoord dat gerund wordt door vrouwen die zich uit de voeten hebben gemaakt na de Apocalyps.

In een angstaanjagend nabije toekomst zijn de olievoorraden geslonken, de Theems is buiten zijn oevers getreden, en de Britse bevolking staat voortaan onder leiding van het Gezag. Vrijheden zijn ingeperkt, de Britten leven in bedompte hokken, vrouwen dragen verplicht spiraaltjes en de dagelijkse gang van zaken lijkt nog erger dan onder de meest benarde jaren ten tijde van het Stalinistisch regime.

Militante wijven

De hoofdpersoon, die zich alleen omschrijft als Zuster, vertelt hoe zij dit straffe regime is ontvlucht. In haar vroege kinderjaren, nog voor de Apocalyps, had ze op de dorpsmarkt de geruchten opgevangen over dat oord Carhullan, waar alleen 'militante wijven', zoals ze toen nog werden omschreven, de dienst uitmaakten en er een autonome leefstijl op nahielden.

Toen gaven zij nog reden tot huiveren, maar onder het Gezag klinkt de Carhullan-mythe haar als muziek in de oren, en ze onderneemt een barre tocht door het ruige landschap van Noordelijk Engeland om dit oord te bereiken.

Eco-oord

Meer dood dan levend bereikt ze haar doel, en langzaam maar zeker wordt ze opgenomen in deze laatste vrijplaats van Groot-Brittannië: een enorme farm waar de vrouwen leven als in een matriarchaat voor het tijdperk van de industriële ontwikkeling.

Het leven is hard, maar de vrouwen zijn taai en weten zich prima te behelpen met wat het land opbrengt. De beschrijvingen van Carhullan zijn beeldend: kippen voor de eieren, schapen hoeden, turf steken voor brandstof, zaaien, onderhouden, oogst; het leven op Carhullan is nog niet zo slecht.

De minnaars

De vrouwen zijn ruw en grofgebekt en ook alert; ze weten allen dat ze er stukken beter aan toe zijn dan wanneer ze onder het Gezag hadden moeten leven. Ze hebben ieder hun eigen verleden, veelal een van huiselijk geweld dat ze zijn ontvlucht, maar ze hebben hun razernij ingeruild voor de verbondenheid van dit collectivum.

In een schamel mannengehucht dat op enige afstand van Carhullan is gelegen, lopen wat mannen rond die af en toe klusjes doen en ervoor zorgen dat er soms wat kinderen worden geboren.

Dreiging

Dit is een angstaanjagende roman, want al zijn de vrouwen hier uit vrije wil, een echte keuze hebben ze niet aangezien de wereld om hen heen, de voorheen vrije westerse wereld, compleet is verdwenen en veranderd in een nachtmerrie die Hall levendig weet neer te zetten. En het is een kwestie van tijd totdat het Gezag ook hun wil onderwerpen.

Een oord als Carhullan houdt immers een belofte in voor de rest van de bevolking die gecontroleerd moet worden en veroordeeld tot een slaafs lopendebandleven. Zo'n regime blijft immers alleen maar overeind als ze elke mogelijkheid afkapt tot ontsnapping, vrijheid en alternatieven.

Angel

De charismatische leidster van Carhullan is zich daar terdege van bewust, en treft maatregelen. Maar zo beeldend en nauwgezet als Hall tot daar aan toe heeft geschreven (met een zondermeer formidabele vertaling), zo abrupt maakt zij de ommekeer naar de Apocalyps voor Carhullan.

Braveheart-achtige veldslagen van deze getaande amazones slaat ze over en ze zet onze eigen verbeeldingskracht aan het werk. Wat weinig moeite kost, want Hall heeft daarvoor al schitterend voetwerk verricht. En het zelf inkleuren van het lot van de vrouwen van Carhullan is nog beklemmender en onheilspellender; tragischer ook. Er is verdorie geen ontsnappen aan als the powers that be hun macht willen exerceren.

In dat staartstuk van deze sterke roman lijkt Hall een pleidooi te voeren voor het verdedigen van de vrijheid die het westen typeert - een strijd als parabel voor de actualiteit waarin zulke westerse verworvenheden onder druk zijn komen te staan. Het verschaft dit boek een sinistere meerwaarde.

Uitgeverij Anthos. Oorspronkelijke titel: The Carhullan Army.

Tip de redactie