De man wiens beeltenis synoniem is geworden voor briljante inzichten en scherp verstand, wordt in deze prachtbiografie van Walter Isaacson voor de verandering zelf ontleed.

In 1879 werd in het Duitse dorpje Ulm een ventje geboren dat later de wereld op zijn grondvesten zou doen schokken. Hij heette Albert Einstein. Naast zijn briljante inzichten beschikte Einstein ook nog eens over een verrukkelijk vrije geest, zoals Isaacson in deze biografie duidelijk naar voren laat komen.

Tegenstand

In 2005 was het een eeuw geleden dat Einstein zijn relativiteitstheorie presenteerde. En op dat gedenkwaardige moment deed zich een vreemd maar typerend verschijnsel voor. Inmiddels valt er aan de theorie niet meer te tornen, maar dat was in de tijd van Einstein nog niet zo eenvoudig.

Want de vrije geest van Einstein en zijn daarmee gepaard gaande houding, hadden hem in een positie gemanoeuvreerd dat hij indertijd nog geen geleerde van formaat was in de heersende wetenschappelijke kringen. En het is bijna ongelooflijk, maar Einsteins theorie overkwam hetzelfde wat andere revolutionaire denkbeelden is overkomen: de gevestigde orde wilde er niet aan.

Pigheaded refusals

Einstein berekende precies voor waarom de theorieën van toen niet volledig waren en spaak liepen, maar door trots en halsstarrigheid van zijn opponenten kreeg hij steigerende reacties. Blackadder iemand? 'When all else fails, a pigheaded refusal to face the facts will see us through'. De overeenkomst met het hedendaagse Nederlandse politieke beleid is stuitend, inderdaad.

Verbeeldingskracht

Een van de mooiste aspecten uit deze biografie is de rode draad van Einsteins creatieve verbeeldingskracht. Hij mag dan een man zijn van cijfers en berekeningen, maar die worden immer ingeluid door praktijkvoorbeelden uit zijn inbeeldingsvermogen. Biljartballen die over een groen laken rollen met pingpongballetjes ernaast.

Mensen in treinen waar de bliksem inslaat en toeschouwers links en rechts van die trein. Liften die naar beneden vallen en kinderen die door de regen rennen. Einstein had het wonderbaarlijke talent om zich natuurkrachten voor te stellen aan de hand van kleine taferelen en die taferelen speelden zich af in dat briljante brein waarbij de begrippen door de andere hersenhelft werden vertaald in definities. En Isaacson schrijft het volstrekt overzichtelijk op.

Geloofloos

Met de vermeende godsdienstige overtuiging van Einstein (waar religieuzen zo graag mee schermen voor back-up) maakt Isaacson ook korte metten - hetgeen Richard Dawkins ook al duidelijk maakte in zijn boek God als Misvatting. Einstein was geboren in een liberaal joods nest, was als kind gefascineerd door de rituelen van de katholieke kerk, maar zodra hij zijn eigen gezonde verstand ontwikkelde, zo rond zijn tiende, was het meteen klaar.

Einstein is dus sec nooit gelovig geweest; hij was zoals alle andere kinderen geprikkeld door die sprookjesachtige periferie, maar een almachtige die alles heeft geschapen en beheert, was voor hem niet im Frage. Wat hij deelde met andere grote wetenschappelijke geesten uit de geschiedenis, zoals Archimedes, was de bewondering voor de orde in de kosmos en de behoefte om die te doorgronden en duidelijk te maken.

Non-conformisme

En dat deed hij, hetzij niet zonder vele obstakels op zijn pad naar de Nobelprijs als briljantste mind aller tijden. Isaacson suggereert dat dit ene grote obstakel, zijn non-conformisme, wellicht ook zijn inzichten heeft bespoedigd. Want na zijn eindexamen aan de Polytechnische Universiteit in Zurich, lukte het Einstein niet om ergens een betrekking te vinden bij de Europese wetenschappelijke instellingen.

Uiteindelijk kreeg hij via een vriend een baantje op een patentbureau, waar een inschikkelijke directeur die malle geleerde het grootste gedeelte van de dag aan zijn reken- en natuurkundige experimenten liet werken. Daar dacht en verbeeldde Einstein in alle afzondering en ver buiten het gevestigde circuit. Isaacson stelt dat Einstein vanuit die onafhankelijke positie gedurfder en baanbrekender kon zijn. Daar zijn relativiteitstheorie aanvankelijk op zoveel weerstand stuitte, kon Isaacson daar best wel eens helemaal gelijk in hebben.

De bom

In De Biografie worden wel meer mythes ontsluierd die hardnekkig opgeld doen, ondanks de eerder verschenen biografieën. Maar Isaacson is zorgvuldig te werk gegaan. Einstein zou zijn vrouwen als huishoudster hebben behandeld, maar dat komt uit dit boek niet bepaald naar voren. En het hoofdstuk over zijn bemoeienis met de atoombom is ook de moeite waard voor degenen die deze man graag willen brandmerken (wat is dat toch voor irritante gewoonte).

Einstein, die inmiddels in Amerika woonde, bezag met afschuw hoe totalitaire systemen in Europa als het nazisme en communisme elke vorm van individuele vrijheid met geweld trachtten te onderdrukken - onvergeeflijk in Einsteins universum. En het leek erop dat de Duitsers bezig waren met een atoombom; om die reden raakte Einstein - het zij slechts heel zijdelings - betrokken bij het project waarvan hij later zou zeggen: 'Als ik geweten had dat de Duitsers het niet zou lukken die bom te maken, had ik geen vinger uitgestoken.'

Viool

Zulks valt ook nauwelijks te rijmen met Einstein zoals geportretteerd door Isaacson, die evenwel de valkuil van de hagiografie heeft weten te omzeilen. Er is met al die oneliners, anekdotes en ingevingen simpelweg veel moois te melden over deze verbijsterende pionier. Zijn vrije geest, zijn enorme gevoel voor humor, zijn eigenwijsheid, zijn liefde voor het vioolspel. Als hij uren wilde nadenken, speelde hij de viool en het liefst Mozart, die naar zijn zeggen de harmonie van de natuur het beste doorhad. Einsteins verhaal is een van de grootste verhalen uit de moderne wetenschap, en Isaacson heeft een net zo meeslepende als waardige story geschreven over deze nieuwsgierige man met de wilde haren en de pretogen. Schitterend.

Uitgeverij Nieuw Amsterdam.
Oorspronkelijke titel: Einstein, His Life and Universe