Sara Gruen - Water voor de Olifanten

Tijdens de Great Depression, komt de drieëntwintig jarige Jacob Jankowski bij een rondreizend circusgezelschap terecht. Zijn ouders zijn overleden, en hij is met lege handen achtergebleven. Als hij op een trein springt die hem waar dan ook naartoe gaat brengen, blijkt het de trein te zijn van The Benzini Brothers Most Spectacular Show on Earth.

Jacob, die een vrijwel volledig afgeronde studie tot dierenarts op zijn naam heeft staan, wordt na wat vijven en zessen aangesteld als opzichter voor de kleurrijke veestapel met ondermeer leeuwen, tijgers, paarden, en een hele eigenwijze olifant. Hij spant zich in om het voor de gekooide dieren wat leefbaarder te maken, en vooral zijn relatie met de olifant is opmerkelijk.

Sterspektakel

Die olifant heet Rosie, en ze heeft een hoofdrol in het verhaal. Ze moet het sterspektakel worden van de voorstelling, maar wat de dompteur ook met haar uitspookt - de passages over dierenmishandeling zijn shocking -, Rosie geeft geen krimp. Totdat Jacob ontdekt dat het dier niet alleen bijzonder kien is, maar haar onkunde eerder een communicatieprobleem betreft - waarvan hij de sleutel heeft.

Freakshow

Dit is slechts een van de vele adembenemende verhaallijnen die Gruen in petto heeft. Ze schrijft als door de hemel gezonden over dit gezelschap, waar, de tijdgeest indachtig, een freakshow van is gemaakt. De uitzonderlijk dikke vrouw ("Komt dat zien! Meer dan 800 kilo!"), de lilliputters, de vrouw met de baard, de striptease.

De baas van de most spectacular show on earth is een bruut die zich Uncle Al noemt. Hij interesseert zich geen zier voor mens of beest en maar denkt alleen aan geld en aan het evenaren van zijn rivaal The Ringling Brothers. Zijn tweede man August, getrouwd met Jacobs heimelijke liefde Marlena, is al niet veel beter.

En dan zijn er nog talloze bijfiguren die de tenten voor de hoofdvoorstelling en de nevenattracties opbreken en afbouwen, de uitsmijters, de mannen die met spierkracht de orde bewaren; ze vloeien allemaal als kwikzilver uit Gruens pen en roepen een kleurrijke wereld op met The Great Depression als somber decor.

Bejaard

Het verhaal wordt verteld in flashbacks. Jacob is inmiddels 90, of 93 ("Wat maakt het uit. Leeftijd is een vuige dief. Net als je het allemaal een beetje door hebt, slaat leeftijd de bodem onder je voeten vandaan."). Hij zit in een verzorgingstehuis met personeel dat hem het bloed onder nagels vandaan haalt.

Jacob heeft een levenservaring van wereldklasse, maar wordt in dit tehuis behandeld alsof hij een opstandig kind is. Zijn venijnige uithalen naar zijn verzorgers zitten echter vol met cynische humor, en Gruen lijkt hier ook een lans te breken voor ouderdom. Wie niet meer goed ter been is danwel bedlegerig, is nog niet afgeschreven als een gerimpelde baby vol levervlekken met een luier.

Coup d'grace

Op het eind bezorgt Gruen haar Jacob dan ook een welverdiende coup d'grace, als kroon op een leven waar een fascinerende odyssee aan vooraf is gegaan, prachtig opgeschreven door deze Gruen.

In het nawoord vertelt ze over haar research naar dit onderwerp, en vele prachtige anekdotes zijn waar gebeurd of boden in elk geval voldoende stof die ze met haar eigen fantasie verder heeft geboetseerd. Ook fraai: de foto's in het boek van bestaande circusgezelschappen uit begin vorige eeuw, als extra cadeautje bij elk nieuw hoofdstuk. Wereldboek in alle opzichten.

Uitgeverij Sirene.
Oorspronkelijke titel: Water for the Eelephants.

Tip de redactie