Als de mannen van het Colombiaanse boerendorp Mariquita voor een bloedige burgeroorlog geronseld worden, staan de dorpsvrouwen er moederziel alleen voor. Een tragikomisch debuut van de Colombiaanse James Cañón.

Latijns-Amerikaanse en Spaanse auteurs hebben er een handje van: melodramatische boektitels verzinnen die zó in de kitscherige bouquettereeks zouden passen. De van oorsprong Colombiaanse schrijver James Cañón is geen uitzondering op deze curieuze regel. Zijn debuutroman heeft de Engelse titel 'Tales from the Town of Widows' meegekregen. Een voorbode voor een dramatisch verhaal? Niets blijkt minder waar. De gebeurtenissen in het boek zijn weliswaar tragisch van aard, maar Cañón schuwt ook de humor niet. De Nederlandse vertaling kreeg de kitschtitel 'Het Dorp van de Weduwen'. Vreemd, want de oorspronkelijke Engelse titel benadert de inhoud stukken beter dan deze vertaling. Elk hoofdstuk vormt namelijk een apart verhaal.

Burgeroorlog

Elk van deze verhaaltjes is een kleine vertelling met een kop en een staart, een episode uit de kronieken van het kleine boerendorpje Mariquita (betekent: directe afstammeling van Maria) in Colombia, dat sinds 1992 alleen bewoond wordt door vrouwen. In dat jaar werden alle mannen van het Colombiaanse gehucht door guerrilla's geronseld om mee te vechten in de revolutie, als ze al niet ter plekke gedood werden. De vrouwen bleven alleen achter, samen met hun dochters en zonen die te jong waren om zich in het bloedige geweld te storten. De sluwe weduwe Morales verkleedde haar zoon als dochter, hij wist de dans dan ook te ontspringen. Op slag waren alle vrouwen weduwe. Niemand verwachtte de mannen ooit nog terug te zien in een land dat verscheurd is door een immer woedende burgeroorlog tussen regeringsleger, paramilitairen en guerrilla's.

Vrouwendorp

Het is bijna een actueel thema: anno 2007 gaat Finland een nieuwe regeringsperiode in met een door vrouwen gedomineerd kabinet. In de Chinese provincie Chongqing wordt op dit moment een dorp gerealiseerd waar vrouwen het voor het zeggen hebben. "Een vrouw vergist zich nooit", luidt het adagium van 'Womans Town'. In het fictieve Mariquita van Cañón juichen de vrouwen in eerste instantie niet. Maar bij de pakken neerzitten is ook niets voor de nieuwbakken weduwen. Eén van de vrouwen benoemt zichzelf tot de nieuwe magistraat van het dorp, er komt een vrouwelijke brigadier en een lerares. Maar als blijkt dat de enig overgebleven man in het dorp, de pastoor nota bene, steriel blijkt te zijn en deze ook nog eens de enige vier jongens in het dorp heeft vergiftigd, moet zelfs de nieuwe magistraat toegeven dat het dorp leiden een vak is. Toch slagen de vrouwen wonderwel. Uit het as van het ooit door mannen gedomineerde Mariquita ontstaat langzamerhand het vrouwendorp Nieuw-Mariquita. Wanneer na een poosje het tijdverloop is aangepast aan de menstruatiecyclus van de jonge weduwen is de transformatie van het boerendorp compleet.

Rauwe ode aan de vrouw

De verhalen van de weduwen zijn doorspekt van een duidelijk voelbare tragiek. Hoewel de schmerz aan de oppervlakte ligt, wordt het nergens stroperig. Integendeel, de belevenissen van de weduwen zijn speels en sprookjesachtig beschreven. De pogingen van weduwe Rosalba om het dorp voor uitsterven te behoeden zijn tragikomisch van aard, net als het verhaal van Francisca die een klein fortuin onder de vloerplanken van haar huis vindt, maar na een kortstondig luxueus leven in de grote stad met hangende pootjes in Mariquita terugkeert. Als een viertal mannen plots terugkeert in het dorp moeten zij zich schikken naar hun vrouwen die inmiddels de vrije zusterliefde aanhangen.

Deze speelse verhalen van de weduwen worden doorweven met korte ervaringen van die geronselde mannen uit het dorp. Deze intermezzo's zijn in tegenstelling tot de verhalen over hun vrouwen in schreefloze lettertype gedrukt, wat het rauwe karakter van deze mannenverhalen onderstreept. In de oorlogsellende van de mannen is met de beste wil in de wereld geen humor te ontdekken. Het blijft onduidelijk of James Cañón nu een ode aan de vrouw heeft willen schrijven. Hij zinspeelt er wel op, gezien de opdracht van het boek, maar daarvoor zijn de verhaaltjes van de vrouwen eigenlijk te schertsend. Als het al een ode mag heten is het wel een rauwe lofzang, omdat hij ook de ellende van de geronselde mannen in acht neemt. De door de vrouwen geschapen nieuwe orde blijkt in eerste instantie zelfs helemaal geen utopie. Ook de vrouwen blijken feilbaar.

Oorspronkelijke titel: Tales from the Town of Widows
Uitgeverij: J.M. Meulenhoff

Mark Sluymers