Magische, opmerkelijk lichtvoetige roman over een loodzwaar onderwerp: rond zijn vijftigste is Matthieu Zéla 257 jaar geleden opgehouden met ouder worden, en heeft het eeuwige leven.

Boyne komt na De Jongen In De Gestreepte Pyjama terug met een veel luchtiger verhaal dan zijn aangrijpende, tragische voorganger. Dief van de Tijd gaat over het eeuwige leven van de Fransman Matthieu Zéla. Hij is in de achttiende eeuw geboren, en als hij 50 wordt staat zijn klok stil. Om hen heen veroudert iedereen zoals mensen nu eenmaal verouderen, maar Matthieu blijft zoals hij is.

Onsterfelijk

De roman doet in eerste instantie denken aan Simone de Beauvoirs Niemand Is Onsterfelijk, maar al in de eerste paar paragrafen kapt Boyne die overeenkomsten af. De ondraaglijkheid van De Beauvoirs onsterfelijke protagonist is bij Matthieu ver te zoeken. Hij is wel een opgewekt, nuchter mens, en maakt er verder niet zo'n probleem van dat hij iedereen overleeft. Hij accepteert het als een feit en leeft van dag tot dag.

Geschiedenisreis

Enerzijds levert dat een geweldige reis door de geschiedenis op. Monsieur Zéla laat op jonge leeftijd Frankrijk achter zich en vertrekt naar Engeland met zijn halfbroertje Thomas, en wordt verliefd op het weesmeisje Dominique. Samen bouwen ze een nieuw leven op in Engeland. Eerst als zakkenroller, later met deugdelijker werk. Totdat hij met de jaren - hij heeft immers zeeën van tijd - uitgroeit tot een soort evenknie van De Medici, een mecenas van de schone kunsten.

Cultuur

Zijn werk brengt hem in belangwekkende culturele kringen in Europese steden. En omdat hij vaak verhuist en steeds nieuwe liefdes, vrienden, kennissen en collega's ontmoet, loopt voor de buitenwacht zijn eeuwige leven niet in het oog. Begin twintigste eeuw gaat hij zelfs naar Hollywood met het plan om producent te worden, en komt in het kringetje terecht van sterren als Charlie Chaplin.

Europees prentenboek

Ook de wederopleving van de Olympische Spelen komt aan bod, en de prestigieuze aanleg van een gigantisch cultureel centrum in Rome waar de Paus persoonlijk financier van is. Bij allerlei belangwekkende figuren schuift Matthieu aan tafel, en is het als bladeren door een oud Europees prenten- en later fotoboek. Met de nazaten van zijn halfbroer blijft hij generatie op generatie contact onderhouden, waarbij de kwestie van zijn onsterfelijkheid steeds wordt vermeden.

Laconieke Methusalem

Daar zit ook meteen het minpuntje van Dief van de Tijd, al is het zeer lezenswaardig. Het is alleszins voor te stellen dat er na eeuwen rondwandelen op deze planeet een bepaalde flegmatieke houding versus het leven rijpt. Maar anderzijds is het enigszins teleurstellend dat iemand van zo'n respectabele leeftijd zo weinig de diepte ingaat.

De Beauvoirs onsterfelijke was een man met immense bagage. Matthieu Zéla heeft een interessant leven, maar niet meer dan dat. Boyne schrijft zeer soepel (en erg mooi vertaald door Ronald Cohen), het verhaal is amusant, de personages zijn interessant, maar dat beschouwelijke aspect van zo'n grenzeloos leven met alle bijkomende inzichten, komt niet erg sterk aan de orde. Misschien is zo'n thema voor Boyne (1971) dan toch nét iets te hoog gegrepen, ondanks dat vlekkeloze proza.

Uitgeverij: Arena.
Oorspronkelijke titel: The Thief of Time.