Knullig geconstrueerde thriller over een megarechtszaak tegen een ziekenhuis, een seriemoordenaar én een Engel des Doods.

Patterson zet breed in met zijn drie verschillende verhaallijnen. Veel te breed, want om de zwik enigszins op het spoor te houden buitelen het toeval en de ongeloofwaardigheden over elkaar als een stel acrobaten in Cirque du Soleil. De locatie is San Francisco, de stad die met De Vijfde Vrouw een nieuwe attractie kan toevoegen aan Fisherman's Wharf en Alcatraz: een buitengewoon slaperig politiekorps.

Loodje

In één ziekenhuis in SF gebeuren een boel rare dingen. De ene na de nadere patiënt die voor de simpelste aandoeningen een nachtje of wat overblijft, legt het loodje. Ze worden dood gevonden met reliëfknoopjes op hun ogen. Maar zelfs als de hoofdarts al een envelop vol knoopjes heeft verzameld, acht hij het nog altijd onnodig alarm te slaan. Kuch.

Publiciteitsgeil in Armani

Tegelijkertijd heeft een cliché advocaat een rechtszaak tegen het ziekenhuis aangespannen wegens - andere (!) - medische fouten. Het is zo'n klassiek gevalletje van een rechtszaak met snotterende nabestaanden waarin de rivaliserende advocaten, beiden uiteraard publiciteitsgeil en gestoken in Armani, voor evenveel vuurwerk zorgen als een mislukt sputtersterretje op een verjaarstaart. Patterson maakt zich er hier makkelijk vanaf met het beschrijven van een paar lauwe scènes in een zaak waar tientallen miljoenen op het spel staan, wat toch echt wel beter had gekund.

Jonkie

Sterker nog: wie na al deze bad press, geruchten en knallende rechtszaak nog hun kind aan dat ziekenhuis toevertrouwt, moet wel braindead zijn. Of het zijn wat lukraak opgevoerde personages van Patterson omdat hij zijn verhaal nou eenmaal af moet krijgen. Enfin, een jong stel laat hun jonkie van 5 toch achter in dit onwelriekende spookziekenhuis (gelooft u het zelf?) waar hij volstrekt voorspelbaar diezelfde nacht sterft. En dan zijn er inmiddels genoeg reliëfknopen om op de jassen van een heel leger te naaien.

Plotje 3

We zouden bijna plotje drie vergeten. Een seriemoordenaar die het op jonge callgirls heeft voorzien en zo klunzig is om zijn vingerafdruk op een lijk achter te laten. Maar inmiddels weet u het: Patterson excelleert in het verwennen van zijn rechercheurs, want die moet je niet al te veel denk- of speurwerk opgeven - dat zou de taak van de auteur immers te zwaar maken.

Flansfrommel

Aan het eind van het liedje zijn er nog wel enige verrassingen te ontwaren, maar het is als redelijke crème brulée na een 6-gangenmenu van diepvriesmaaltijden. Ik kon geen greintje vuur ontdekken in de vorderingen van rechercheur Lindsay Boxer, over wier schouder we af en toe ook meekeken. Want er zijn veel vertelperspectieven - slachtoffers, moordenaars, Engel des Doods, recherche. Hoeft geen probleem te zijn, maar dan moeten die personages wel staan als een huis. Doen ze niet. Ze zijn gemakzuchtig in elkaar gefrommeld en bieden de gemakzuchtig in elkaar geflanste plotlijnen geen enkele ondersteuning. 3 plots, 3x niks. Waar is Pattersons reputatie in vredesnaam op gebaseerd.