Ook vierde verdachte explosie Tarwekamp betuigt spijt voor betrokkenheid
De vierde verdachte van de dodelijke explosie op de Tarwekamp in Den Haag heeft in navolging van twee medeverdachten spijt betuigd voor zijn betrokkenheid. Dat deed Mourad B. tijdens de tweede niet-inhoudelijke behandeling van de strafzaak.
Op 7 december vorig jaar schrok de Haagse wijk Mariahoeve rond 6.15 uur wakker van de explosie in een bruidsmodezaak. Zes mensen kwamen om het leven en vijf personen raakten gewond. Meerdere woningen stortten in of raakten zwaar beschadigd.
Drie van de vier verdachten worden verdacht van moord op of doodslag van zes personen. Daarnaast staan ze terecht voor brandstichting met de dood tot gevolg, brandstichting in een auto en het voorbereiden van brandstichting op 1 december. Ze zouden 200 liter benzine hebben gebruikt.
De vier verdachten die maandag terechtstonden in de rechtbank in Den Haag, zijn de 33-jarige Rotterdammer Moshtag B., Ilias B. (24) uit Roosendaal, Oosterhouter Adil A. (33) en de 29-jarige Mourad B. uit Alphen aan den Rijn. Allen gaven in de rechtszaal via hun advocaat toe betrokken te zijn geweest bij het plan om brand te stichten in de bruidsmodezaak, die het doelwit was.
Mourad B. was voor het eerst aanwezig in de rechtszaal. De Alphenaar zei tijdens de zitting dat het nooit de bedoeling was dat de gebeurtenissen zouden leiden tot een dodelijke explosie. Ook zei hij mee te leven met de nabestaanden.
Twee verdachten betuigden eerder al spijt
Medeverdachte Adil A. besteedde zijn spreektijd vooral aan kritiek op het Openbaar Ministerie (OM), dat bewust fouten zou maken tijdens het onderzoek. Ook noemde hij hoofdverdachte Moshtag B. een "Afghaanse actrice" die "alles bij elkaar liegt".
Voorarrest verdachten verlengd tot augustus
Het OM stelde maandag dat de verdachten "willens en wetens" het risico hebben genomen dat mensen zouden overlijden door hun brandstichting. Dat zou neerkomen op moord én voorbedachten rade. Daarom wilde het verlenging van het voorarrest tot de volgende pro-formazitting in augustus.
Maar volgens de advocaten van de verdachten is er onvoldoende bewijs dat hun cliënten de bedoeling hadden om mensen om het leven te brengen. Het zou sowieso niet noodzakelijk zijn om de verdachten vast te laten zitten in afwachting van de inhoudelijke strafzaak. Adil A. zou volgens zijn advocaat bovendien niet betrokken zijn bij de brandstichting op 7 december.
De rechtbank ging niet in op wat het OM stelde, omdat dat beter zou passen bij de inhoudelijke behandeling van de zaak. Maar wel was er vanwege de impact en ernst van de gebeurtenissen voldoende aanleiding om alle verdachten vast te laten zitten.
Geen onderzoek naar lek strafdossier
In de aanloop naar de eerste pro-formazitting lekte het volledige strafdossier uit naar de media. Foto's van de verdachten waren te zien in nieuwsartikelen over de zaak. De advocaat van een van hen vroeg het OM tijdens die zitting in maart het lek te onderzoeken.
Ook het OM was in maart boos over het lek, omdat het vreest dat mogelijke getuigen uit angst voor schending van hun privacy geen verklaringen meer zouden durven afleggen. Maar het OM gaat geen onderzoek starten naar de herkomst. Te veel personen zouden toegang hebben tot het strafdossier en het OM heeft geen idee in welke richting gezocht moet worden.
De volgende niet-inhoudelijke behandelingen van de strafzaak staan gepland op 21 augustus en 17 november. De inhoudelijke behandeling is naar verwachting in januari of februari.

