Voor tweede jaar op rij minder slachtoffers van internationale kinderontvoering
Het aantal kinderontvoeringen vanuit en naar Nederland is voor het tweede jaar op rij gedaald. In 2024 werden tweehonderd kinderen slachtoffer, dat is 23 procent minder dan het jaar ervoor. In de meeste gevallen was de moeder de dader.
"Nog steeds is elke kinderontvoering er één te veel", zegt IKO-directeur Coskun Çörüz. "De impact op een kind is groot en vaak langdurig. Deze cijfers onderstrepen het belang van blijvende inzet voor hulp, preventie en bewustwording."
Volgens IKO is de daling mogelijk te verklaren doordat het centrum meer contactmomenten organiseerde tussen ouders, hulpverleners en andere betrokkenen. Ook waren er 30 procent meer preventieve adviesgesprekken.
De stichting werkt daarvoor samen met politie, grensbewaking, rechters, jeugdzorg, onderwijs en de Raad voor de Kinderbescherming. Die laten het weten als ze signalen over een mogelijke kinderontvoering ontvangen, zodat de stichting met de ouders kan gaan praten. Dat gebeurt met twee mediators: één met een juridische achtergrond en één met een gedragswetenschappelijke achtergrond.
Meeste kinderen ontvoerd naar Polen, Duitsland of VS
Maar ook huiselijk geweld speelt een rol. Çörüz: "We zien toch vaker dat bij huiselijk geweld de man de vrouw slaat in plaats van andersom. Dat is voor een moeder een extra reden om dan bijvoorbeeld met haar kind naar familie in het buitenland te trekken."
De meeste kinderen die naar het buitenland werden ontvoerd kwamen terecht in Polen, Duitsland of de Verenigde Staten. Van hen was 55 procent vijf jaar of jonger. Van de kinderen die naar Nederland werden ontvoerd woonden de meesten daarvoor in Polen, België of Spanje. Ongeveer een derde van hen was tussen de nul en vijf jaar oud.
