Hulpdiensten hadden te laat oog voor redden van opvarenden Fremantle Highway
Op 25 juli 2023 ontstond rond 23.00 uur brand op de Fremantle Highway. Het schip voer toen op de Noordzee, op zo'n 27 kilometer boven Ameland. De Fremantle Highway vervoerde ruim 3.700 auto's, die grotendeels verloren gingen.
Om 23.55 uur vroeg de kapitein van het schip voor het eerst om hulp, in eerste instantie bij het blussen van de brand. De brand breidde zich in enkele uren uit en de 23 opvarenden moesten worden gered. Zeven opvarenden sprongen van grote hoogte overboord. Zij liepen zware verwondingen op. Een van hen overleed na de val.
De opvarenden sprongen overboord omdat er nog geen reddingshelikopters bij het schip waren. De kustwacht hield te lang rekening met het scenario de brand te blussen en ging te laat over tot een reddingsactie. Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), die onderzoek deed naar de reddingsactie.
De communicatie tussen de kustwacht en andere partijen verliep niet soepel, waardoor niet alle informatie met elkaar werd gedeeld. De OVV concludeert daarom dat de noodhulp bij een incident op zee kwetsbaar is. De raad adviseert de drie betrokken ministeries (Defensie, Justitie en Veiligheid en Infrastructuur en Waterstaat) om de procedures zo snel mogelijk te verbeteren.
Helikopters hielden lang rekening met blussen
De gebrekkige communicatie zorgde er onder meer voor dat blushelikopters te lang op de verkeerde plek stonden. Het Kustwachtcentrum had twee helikopters naar Rotterdam gestuurd om een gespecialiseerd brandweerteam voor scheepsbranden (MIRG) op te halen.
Omdat het brandweerteam lang op extra informatie wachtte, bleven de helikopters een uur in Rotterdam staan. Het team wilde meer weten over de situatie op het schip, zodat het een besluit kon nemen of zijn inzet wel effectief en veilig was.
Ook het Kustwachtcentrum had moeite om een beeld van de omvang van de brand te krijgen. Om 2.00 uur was het kustwachtvliegtuig ter plaatse. Op de warmtebeeldcamera van het vliegtuig was te zien dat de brand over het hele schip verspreid was. Dat was het moment dat de kustwacht besloot over te gaan tot een reddingsactie in plaats van brandbestrijding.
De helikopters werden uiteindelijk zonder het brandweerteam naar de schepen gestuurd. Daar nam de rookontwikkeling toe en werd de situatie steeds nijpender. Rond 2.30 uur gaf de bemanning aan van boord te willen. Maar het duurde nog 45 minuten tot de helikopters bij het schip waren. Vanwege de rook waren de reddingssloepen niet bereikbaar.
Springen bleek te gevaarlijk
Daarom werd afgesproken dat de opvarenden één voor één van boord zouden springen, met telkens enkele minuten ertussen. Twee reddingsboten van de KNRM en een reddingsboot van rederij Noordgat hadden kort daarvoor het schip bereikt. Zij zouden om en om een opvarende uit het water halen.
Eén bemanningslid sprong van 12 meter hoogte. De overige bemanningsleden stonden op het hoogste dek, 30 meter boven de zeespiegel.
Nadat zes bemanningsleden waren gesprongen, adviseerde een schipper van de KNRM om daarmee te stoppen. De gesprongen bemanningsleden hadden namelijk zware verwondingen opgelopen. Kort nadat die informatie was doorgegeven, sprong nog een zevende bemanningslid. De rest van de bemanning moest wachten op de helikopters, die op dat moment nog vijftien minuten naar het schip moesten vliegen.
Hek van vliegveld was nog dicht
Ook met de veiligheidsregio en de meldkamer van de hulpdiensten verliep de communicatie stroef. Het was lang onduidelijk waar de reddingshelikopters met de opvarenden zouden landen. Uiteindelijk werd gekozen voor Groningen Airport Eelde.
Maar de ziekenhuizen in Drenthe, waar het vliegveld ligt, waren pas laat op de hoogte dat ze de opvarenden moesten opvangen. En ook het vliegveld was niet op tijd ingelicht: ambulances moesten een kwartier wachten voordat het hek was geopend.

