Fouten hulpverlening wegen mee in strafzaak rond pleegmeisje uit Vlaardingen
Een uitermate kritisch rapport over de hulp voor een ernstig mishandeld pleegmeisje uit Vlaardingen komt in het strafdossier. Dat bleek woensdag tijdens een niet-inhoudelijke behandeling van de strafzaak. De toevoeging kan in het voordeel werken van de verdachten van de mishandeling.
In mei vorig jaar werd een toen tienjarig meisje uit een pleeggezin in Vlaardingen in het ziekenhuis opgenomen. Ze was in levensgevaar. Het meisje heeft door de mishandeling de rest van haar leven intensieve zorg nodig.
Het Openbaar Ministerie (OM) verdenkt haar pleegouders van langdurige mishandeling. In mei zouden Daisy W. en Johnny van den B. hun pleegdochter van de trap hebben gegooid of geduwd om haar te doden. De verdachten ontkennen dat.
Eind januari bleek uit een rapport dat de hulpverlening voor het pleegmeisje ernstig was tekortgeschoten. Daarom heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) twee hulpverleningsinstanties onder scherper toezicht geplaatst. Een begeleider van het mishandelde meisje is op non-actief gezet.
De advocaten van de twee verdachten zeiden in februari geschokt te zijn door de snoeiharde conclusies over de hulpverlening. Ook zouden de pleegouders om extra hulp bij de zorg voor het pleegmeisje hebben gevraagd. Volgens de advocaten valt wat het mishandelde meisje is overkomen daarom niet alleen de pleegouders te verwijten.
Beide verdachten inmiddels psychisch onderzocht
De 38-jarige W. is in februari in het Pieter Baan Centrum opgenomen geweest voor een psychisch onderzoek. Ook Van den B. is daar inmiddels onderzocht. Het OM verwacht de uitkomsten van die onderzoeken in juli.
De verhoren van getuigen zijn op 3 april begonnen en kunnen volgens justitie tot half juli duren.
De inhoudelijke behandeling van de strafzaak staat gepland op 6 en 7 november. De eerstvolgende niet-inhoudelijke zitting is op 14 juli. Het voorarrest van de verdachten is in ieder geval tot die datum verlengd.

