Brits eregraf in Den Haag blijkt bezet te zijn door Duitse matroos uit WOII
De Nederlandse, Britse en Duitse organisaties die onderzoek deden naar het graf zeggen dat het gaat om Gerard Muthwill, matroos bij de Duitse Kriegsmarine. Zijn lichaam zou tijdens de Tweede Wereldoorlog verkeerd geïdentificeerd zijn. In 1942 kwam zijn stoffelijk overschot op de Haagse begraafplaats Westduin te liggen.
Studiegroep Historisch Ockenburg ontdekte enkele jaren geleden al dat het om een Duitse matroos ging. Maar de organisatie moest wachten op bevestiging van de Duitse Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge (VDK) en de Britse Commonwealth War Graves Commission (CWGC).
Die bevestiging zou lang geduurd hebben doordat de VDK bezig was met opgravingen in Centraal- en Oost-Europa. Daar zouden graven bedreigd worden met plunderingen.
Lichaam werd zonder hoofd gevonden
De VDK wil de matroos nu herbegraven op de Duitse militaire begraafplaats bij Venray. "Ons doel is nu in samenwerking met de GWGC en de Nederlandse autoriteiten het opgravings- en begravingsproces te starten", zegt de VDK.
De Duitse matroos kon niet goed geïdentificeerd worden omdat zijn lichaam zonder hoofd gevonden werd bij het strand van Scheveningen. Zijn torpedoboot was op een mijn gevaren.
Het woord Muthwill was een van de weinige aanknopingspunten op de kleding van de matroos. Omdat dat Engels klonk en in Scheveningen veel neergestorte Britse vliegeniers aanspoelden, zou de politie mogelijk gedacht hebben dat het om een Brit ging.
