Doorstroomtoets vaak gemaakt wanneer dat niet hoeft, praktijkscholier de dupe
Basisschoolkinderen die een uitzondering hebben op de doorstroomtoets maken die vaak tóch. Onderwijsinstanties maken zich zorgen, omdat leerlingen zo op scholen terecht kunnen komen waar het niveau te hoog ligt. En dat is slecht voor het zelfvertrouwen van het kind.
De doorstroomtoets is een toets die elke leerling aan het einde van de basisschool maakt. De uitslag vormt een belangrijke basis voor het schooladvies. Zo'n toets is verplicht, maar er zijn uitzonderingen. Zo hoeven leerlingen met een IQ lager dan 75 hem niet te maken.
Maar van die uitzondering wordt lang niet altijd gebruikgemaakt, zeggen de Inspectie voor het Onderwijs, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en PO-raad (de vereniging van basisscholen) tegen NU.nl.
Veel leerlingen uit de groep met een IQ lager dan 75 komen in aanmerking voor praktijkonderwijs, een vorm van voortgezet onderwijs die zich vooral richt op praktische vaardigheden. Maken ze tóch de doorstroomtoets, dan geeft die vaak geen betrouwbare uitkomst, zegt de Sectorraad Praktijkonderwijs namens de 177 praktijkscholen.
Er is een kans dat deze leerlingen een schooladvies krijgen dat niet past bij wat hun basisschool ze op basis van jarenlang lesgeven zou adviseren. Sinds 2021 ronden veel scholen hun advies bij twijfel af naar boven, het zogeheten kansrijk adviseren. Bijvoorbeeld van havo naar vwo of van praktijkonderwijs naar vmbo.
'Doorstroomtoets vergroot kans op te moeilijk onderwijs'
Doorstroomtoetsen hebben als laagste uitkomst het advies praktijkonderwijs/vmbo, legt voorzitter Nicole Teeuwen van de Sectorraad Praktijkonderwijs uit. Dat vergroot de kans dat basisscholen het schooladvies naar boven afronden, in dit geval dus vmbo.
De inspectie, het ministerie en de PO-raad weten niet waarom kinderen met een uitzonderingspositie tóch de doorstroomtoets maken. Ze vermoeden dat het soms op verzoek van de ouders gebeurt. Sommige basisscholen willen misschien geen uitzonderingen maken of het leerlingen gunnen om net als hun klasgenootjes te ervaren hoe het is om de toets te maken.
Toetsinstelling Cito onderzoekt of het mogelijk is om de doorstroomtoets beter te laten passen bij praktijkonderwijs, zegt OCW. Ook belooft het ministerie om ouders en scholen beter uit te leggen hoe het zit met schooladviezen en praktijkonderwijs.
Maar OCW zegt ook dat relatief veel leerlingen afgelopen jaar op de doorstroomtoets lieten zien tóch het vmbo aan te kunnen. "Leerlingen die laten zien dat ze over die vaardigheden beschikken, moeten dan ook de kans krijgen."
