Vier verdachten van ongeregeldheden Amsterdam komende week voorgeleid
Vier verdachten van de openlijke geweldpleging in Amsterdam in de nacht van donderdag op vrijdag worden komende week voorgeleid aan de rechter-commissaris. Dat meldt het Openbaar Ministerie. Twee van de vier verdachten zijn minderjarig. Tijdens de zogenoemde hit-and-run-mishandelingen werd geen enkele aanhouding verricht.
Na de wedstrijd werd het onrustig in de binnenstad van Amsterdam. Israëlische supporters werden belaagd, geschopt en geslagen. Burgemeester Femke Halsema en premier Dick Schoof spraken van "een ongekende uitbarsting van antisemitisch geweld". Daarnaast zijn er aanwijzingen dat ook de groep Israëlische supporters zich heeft misdragen in het centrum van de hoofdstad.
Van de 62 aangehouden verdachten werden er ongeveer veertig opgepakt om ordeverstoring. Zij kregen een bekeuring en mochten weer gaan.
Tien personen werden verdacht van onder andere belediging, vernieling of het bezit van vuurwerk. Zij mochten gaan, maar blijven verdacht. Hun zaken worden nog onderzocht.
Nog eens tien mensen werden aangehouden voor en tijdens de voetbalwedstrijd. Van deze groep zitten er nog drie vast, waaronder twee minderjarigen. Het tweetal wordt verdacht van openlijk geweld, terwijl de derde persoon verdacht wordt van geweld tegen agenten. Van de overige zeven kregen er vier een boete. Vanwege gebrek aan bewijs moesten twee zaken worden geseponeerd. De overgebleven zaak is nog in onderzoek.
Het onderzoek naar de ongeregeldheden na afloop van de wedstrijd in het centrum van Amsterdam loopt nog. Vrijdag kon een eerste verdachte worden aangehouden dankzij camerabeelden. De politie rekent op meer aanhoudingen.
Het is niet bekend of zich onder de verdachten Maccabi Tel Aviv-aanhangers of Israëliërs bevinden. Daarover wil het OM nog geen mededelingen doen.

