Meer dan helft van provincies haalt beoogd aantal asielopvangplekken niet
Gelderland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant, Limburg, Overijssel en Utrecht hebben niet genoeg opvangplekken geregeld om aan de spreidingswet te voldoen. Het is niet duidelijk wat de gevolgen zijn, want het kabinet wil de wet intrekken.
Alle twaalf provincies hadden tot donderdag 23.59 uur de tijd om aan asielminister Marjolein Faber door te geven hoeveel opvangplekken voor asielzoekers ze in hun gebied kunnen realiseren. Groningen, Friesland, Drenthe, Flevoland en Zeeland zeggen wél aan de opgave van de spreidingswet te voldoen.
De spreidingswet werd ingevoerd om asielzoekers beter en eerlijker over het land te verdelen. De wet is onder het vorige kabinet aangenomen, maar het huidige kabinet van PVV, VVD, NSC en BBB wil ervan af. Een intrekkingswet zal zo snel mogelijk worden ingediend, kondigde premier Dick Schoof vorige week aan.
Het is onduidelijk wat er gebeurt met alle plannen die lokaal en regionaal zijn voorbereid, als de Tweede en Eerste Kamer met de intrekking instemmen. De locaties zouden volgens de spreidingswet op 1 juli 2025 gerealiseerd moeten zijn.
Commissaris van de Koning in Zuid-Holland Wouter Kolff wil daarom dat het kabinet met een heldere en werkbare koers voor de opvang van asielzoekers komt. Hij hoopt dat het kabinet doorgaat met de spreidingswet en dat de opvangplekken eerlijk over de provincies worden verdeeld zolang er nog geen alternatief voor de spreidingswet ligt.
Faber zal plannen beoordelen
Dat betekent volgens haar woordvoerder dat ze voor eind december een besluit neemt over de plannen, zoals in de spreidingswet is vastgelegd.
Haar voorganger had een verdeelsleutel gemaakt voor in totaal 96.000 plekken. Bij deze verdeling is rekening gehouden met het inwoneraantal en de sociaaleconomische score van de gemeenten.
De komende maanden zal de minister de plannen beoordelen, zo was in de spreidingswet afgesproken. Uiteindelijk kan ze de gemeenten die niet genoeg bijdragen, verplichten om toch opvang te realiseren. Het is onwaarschijnlijk dat ze dit gaat doen, omdat de wet dan waarschijnlijk al is ingetrokken.
De bedoeling van de spreidingswet is onder meer dat opvangcentra kleiner kunnen worden, omdat ze verspreid worden over meer gemeenten. In de praktijk blijkt dat vooral grote centra weerstand oproepen onder de bevolking. Bovendien worden noodlocaties dan overbodig. De kwaliteit van deze opvang laat veel te wensen over en is bovendien veel duurder dan de reguliere opvang.
