Huiselijk geweld te traag aangepakt: 'Leidt tot schrijnende situaties'
Maar vijf Veilig Thuis-organisaties lukte het dit jaar om ten minste 80 procent van de meldingen op tijd te beoordelen. Slechts één Veilig Thuis-organisatie lukte het binnen de wettelijke termijn van tien weken. De IGJ bezocht drie van de 25 Veilig Thuis-organisaties en vroeg informatie op bij allemaal.
Volgens de inspectie ontstaan door de lange wachttijd schrijnende situaties bij gezinnen en kinderen. "Ze krijgen niet op tijd de hulp die nodig is om hun thuissituatie weer veilig te maken. Hierdoor leven zij te lang met een constante dreiging van huiselijk geweld of kindermishandeling." Sommige melders vertelden de inspectie dat ze twijfelen of het wel zin heeft om een melding te maken bij Veilig Thuis.
De traagheid komt door een toename van het aantal meldingen en de ernst ervan. Bovendien is er volgens de inspectie te weinig personeel en onvoldoende deskundigheid bij Veilig Thuis.
Alleen bij acute onveiligheid wordt een melding meteen opgepakt. Als er geen onmiddellijke onveiligheid dreigt, moet de aanpak wachten. Daar zitten echter ook berichten bij over ernstige structurele mishandeling of verwaarlozing.
IGJ vraagt Veilig Thuis en andere hulporganisaties in de sector niet alleen bezig te zijn met het wegwerken van de eigen wachtlijsten. "Want een huishouden is niet geholpen als het wordt doorgeschoven van de wachtlijst van Veilig Thuis naar de wachtlijst van bijvoorbeeld vrijwillige hulpverlening."
De Veilig Thuis-organisaties moeten van de IGJ een plan maken voor verbetering. De inspectie benadrukt dat ook gemeenten en diverse andere organisaties een verantwoordelijkheid hebben om het werk van Veilig Thuis beter mogelijk te maken.
