Geen tolk voor kind in jeugdzorg zorgt voor extra schade
Het idee achter de afschaffing was dat statushouders de Nederlandse taal binnen zes maanden moesten leren. Het Rijk is daar de afgelopen jaren onder druk van verschillende organisaties deels op teruggekomen. Nederlands leren is moeilijker dan gedacht.
Daarom kunnen de meeste anderstalige volwassenen met verblijfsstatus die psychische zorg nodig hebben, zwangere vrouwen en sinds kort ook Oekraïners, toch weer rekenen op een tolk. Maar voor hun kinderen bestaat zo'n regeling nog niet. Een tolk wordt niet vergoed als zij jeugdzorg nodig hebben.
Dat zorgt voor problemen, ziet klinisch psycholoog Mustafa Urkiakhel. Hij werkt in een jeugd-ggz-instelling in Hoorn, waar veel kinderen met een migratieachtergrond komen. "We hebben het over kinderen die echt bedreigd worden in hun ontwikkeling en veiligheid. Ze hebben oorlogsgeweld meegemaakt, zijn gevlucht of hebben te maken gehad met seksueel misbruik. Het valt niet uit te leggen dat tolken bij deze kwetsbare doelgroep niet vergoed worden."
Kinderbescherming wordt er onnodig bijgehaald
Omdat een tolk niet vergoed wordt en ouders het zelf ook niet kunnen betalen, worden deze kinderen geregeld niet op tijd geholpen. En dat kan extra schade met zich meebrengen. Kinderen worden niet op tijd geholpen bij een slechte situatie thuis of ze ontwikkelen een achterstand op school omdat ze moeten tolken voor hun ouders. Ook komen problemen niet goed genoeg over op de hulpverlener door spraakverwarring.
Vaak is een tolk te duur
Wanneer er in het rapport specifiek wordt gekeken naar zorg voor kinderen, blijkt dat 28 procent van de zorgverleners taal regelmatig als een barrière ervaart.
Gemeenten willen geld vanuit Den Haag
Volgens de VNG kunnen gemeenten niet verantwoordelijk worden gehouden voor de kosten van tolken, aangezien de regeling is wegbezuinigd voordat zij jeugdzorg in hun portefeuille kregen. "Een aantal gemeenten lost dit op vanuit de eigen begroting, maar wordt hiervoor dus niet gecompenseerd vanuit het Rijk."
De VNG staat niet negatief tegenover een landelijke regeling over dit onderwerp, zo schrijven ze. "Maar wanneer gemeenten daarin een rol moeten spelen, zal er eerst geld uit Den Haag moeten komen."
