Inspectie krijgt meer meldingen van seksueel wangedrag door zorgverleners
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) krijgt steeds meer meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag van zorgverleners tegen cliënten. Het werkelijke aantal gevallen is waarschijnlijk veel groter dan het aantal meldingen, zegt de inspectie dinsdag.
De IGJ kreeg vorig jaar 330 meldingen, oftewel bijna elke dag één. Dat is een flinke toename ten opzichte van 2022, toen er 240 gevallen waren gemeld. In 2021 kreeg de inspectie 180 meldingen en in 2020 waren het er 130. De cijfers zijn afgerond op tientallen.
Dat er meer meldingen binnenkomen, wil niet per se zeggen dat er daadwerkelijk meer wangedrag is. Het kan ook zijn dat slachtoffers dit eerder melden, zegt de IGJ. Zowel patiënten en cliënten als collega's en zorginstellingen zelf kunnen meldingen doen.
De meeste meldingen komen uit de gehandicaptenzorg. Het aantal meldingen daar is ongeveer verdubbeld, van vijftig in 2022 naar honderd in 2023. In de geestelijke gezondheidszorg is het aantal meldingen gestegen van ongeveer vijftig tot zo'n zeventig.
In de zogenoemde eerstelijnszorg, waar mensen zonder verwijzing naartoe kunnen, steeg het aantal meldingen van veertig naar zestig. Volgens de IGJ gaat het vooral om fysiotherapeuten.
De inspectie zegt "over een klein aantal zorgverleners" ook in vorige jaren meldingen te hebben gekregen.
Zorgverleners mogen nooit relatie hebben met cliënt
Ongeveer drie kwart van de vermoedelijke plegers is man, ongeveer drie kwart van de slachtoffers is vrouw.
Volgens de inspectie kan het grensoverschrijdende gedrag variëren van "seksueel getinte opmerkingen en appjes, ongewenste aanrakingen, onnodig lichamelijk onderzoek en seksueel contact (ook als dat wederzijds gewenst is) tot zelfs aanranding en verkrachting".
Zorgverleners mogen nooit een relatie hebben met een cliënt, omdat die vaak afhankelijk is. Als dat toch gebeurt, is het de fout van de zorgverlener, ook als het initiatief van de patiënt kwam en die zelf volledig instemt.
