Lichamen van slachtoffers in Lochem geborgen, hulp voor tientallen ooggetuigen
De berging van het lichaam van een van de personen die woensdag om het leven kwamen bij het brugongeval in Lochem is volbracht. Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland laat aan NU.nl weten niet meer te zoeken naar andere slachtoffers.
Eerder op de middag was het lichaam van het andere slachtoffer al geborgen. "We hebben geen vermoeden meer dat er nog meer mensen zijn omgekomen. Daar hebben we duidelijk zicht op", zegt de woordvoerder van de veiligheidsregio.
"Het is belangrijk om te weten dat het slachtoffer op een hoogte van zo'n 50 meter lag", voegt ze eraan toe. Daarom werd een team van de brandweer, het zogeheten Specialisme Technische Hulpverlening (STH), opgeroepen. Daarvan zijn er vijf in Nederland. STH-teams zijn gespecialiseerd in onder meer operaties op grote hoogte of waarbij instortingsgevaar dreigt.
Ook hielp reddingsteam USAR (Urban Search and Rescue) bij de bergingsactie. Dat team wordt ingezet als mensen ingesloten of bedolven zijn na een ramp of ongeval. "We gaven advies voor een bergingsplan", vertelt een USAR-woordvoerder.
Het duurde even voordat de bergingsoperatie kon starten. "Er moest eerst een plan worden gemaakt. Ook moeten we wachten op de arbeidsinspectie", zegt de woordvoerder van de veiligheidsregio.
Woensdag begon aannemersbedrijf BAM met het in elkaar zetten van de brugdelen. Bij het ongeval raakte een deel van de brug in aanbouw los en viel. Hoe dat kon gebeuren, wordt nog onderzocht.
Het lijkt erop dat een boog die door een kraan omhoog getakeld werd om onduidelijke redenen is losgeraakt. Twee mensen kwamen om het leven, twee anderen zijn met ernstige verwondingen naar het ziekenhuis gebracht.
Burgemeester is geschokt
Burgemeester Sebastiaan van 't Erve van Lochem zegt zeer geschokt te zijn. "We nemen alle tijd die nodig is voor verwerking en onderzoek. Hoeveel vertraging het project hierdoor oploopt, is vandaag niet belangrijk", zegt Van 't Erve over de bouw van de nieuwe brug over het Twentekanaal.
Van 't Erve sprak na het fatale ongeluk met veertig tot vijftig werknemers van het betrokken bouwbedrijf. Volgens hem heeft het de eerste prioriteit om hen te helpen met onder meer psychosociale zorg.
Voor die zorg is onder meer Slachtofferhulp aanwezig. Zij geven acute opvang aan een groep van veertig mensen die getuige waren van het ongeluk.

