Ontslag marechaussee die zichzelf van leven beroofde niet zorgvuldig genoeg
De Koninklijke Marechaussee heeft niet zorgvuldig gehandeld rond het ontslag van onderofficier Lennart Bantema begin vorig jaar. Dat concludeert een onafhankelijke commissie die de zaak heeft onderzocht dinsdag. Bantema beroofde zich kort na zijn ontslag van het leven.
Demissionair minister Kajsa Ollongren (Defensie) heeft de conclusie van het onderzoek dinsdag gemeld aan de Tweede Kamer.
De 49-jarige Bantema werd ontslagen wegens een integriteitsschending. Hij had bijverdiend met de verkoop van een handboeiensysteem, wat niet is toegestaan. Kort daarna maakte hij een einde aan zijn leven.
De commissie concludeert dat de marechaussee de juiste procedure heeft gevolgd. Maar bij het uiteindelijke besluit de man te ontslaan, ontbrak het aan "de nodige zorgvuldigheid, evenredigheid en vereiste motivering waardoor de ontslaggronden het ontslag niet kunnen dragen". Tegelijkertijd stelt de commissie vast dat Bantema zelf "een aantal zaken is aan te rekenen".
Commissie: Te weinig steun voor melders
Daarnaast vraagt de commissie aandacht voor degenen die melding maakten van de misstap van de onderofficier. Zij zijn "te weinig gesteund".
De commissie weerspreekt ook dat de ontslagen marechaussee aan zijn lot zou zijn overgelaten. Ze vindt dat zijn leidinggevenden "waardering verdienen voor de zorg en aandacht" die zij hem rond zijn ontslag hebben gegeven.
"Dit rapport maakt opnieuw emoties los", beseft Ollongren. "Daarom wens ik de nabestaanden en iedereen die dicht bij de betrokkene heeft gestaan veel sterkte met het verder verwerken van het verlies." Ze benadrukt dat niet is onderzocht of de zelfdoding van Bantema een direct gevolg was van zijn ontslag.
