Nationaal Slavernijmuseum moet komen op Amsterdams Java-eiland
Het op te richten Nationaal Slavernijmuseum moet op het Java-eiland in Amsterdam komen. Het museum gaat een compleet beeld geven van het Nederlandse koloniale slavernijverleden en wordt een "toonaangevend gebouw".
Als het aan de kwartiermakers ligt, gaat het slavernijmuseum de periode van de prehistorie tot aan het heden belichten en ook aandacht besteden aan gebeurtenissen die niet rechtstreeks over het slavernijverleden gaan. De zaal die gaat over de invloed van het slavernijverleden in het heden moet nog voor de kassa, gratis dus, toegankelijk worden.
De kwartiermakers hopen dat het museum in 2029 of 2030 de deuren kan openen. Het laatste woord over de locatie is later dit jaar aan het Rijk en de Amsterdamse gemeenteraad.
De kwartiermakers verkozen het Java-eiland in Amsterdam Oost boven het Marineterrein in het centrum en het Nelson Mandelapark in Amsterdam-Zuidoost. In het advies noemen ze de locatie "een waardige en prominente plek" die grenst aan "doorgaand stromend water", een verwijzing naar het transport van tot slaaf gemaakte mensen per schip.
'Wij mikken op het hoogste niveau'
Ook vinden de verkenners van het Nationaal Slavernijmuseum - museumdirecteur Peggy Brandon, oud-PvdA-Kamerlid John Leerdam en projectmanager David Brandwagt - dat de locatie goed bereikbaar is en voldoende ruimte biedt. Dat laatste is van belang in het drukbebouwde Amsterdam, omdat ze mikken op een museumoppervlakte van 9.000 vierkante meter.
Het optuigen van het museum inclusief collectie en personeel gaat tot aan de opening 105 miljoen euro kosten. Vanuit het Rijk en de gemeente Amsterdam is op dit moment 80 miljoen euro beschikbaar. Er is dus een tekort van 25 miljoen euro.
Wethouder Touria Meliani laat weten dat er nog goed moet worden gekeken naar de kosten. Brandwagt zegt tegen NU.nl dat het slavernijmuseum ook voor 80 miljoen euro van de grond kan komen. "Maar wij mikken op dat hoogste, iconische niveau."
Museum moet het 'brede verhaal' van slavernij vertellen
De presentatie van het adviesrapport vond plaats in een afgeladen volle zaal in het H'ART Museum in Amsterdam. Er waren optredens van onder anderen zanger Jeangu Macrooy.

