De opvang is vrijwel vol en voor Oekraïners begint het overal te knellen
De gemeentelijke opvang voor Oekraïners is bijna vol en voor bewoners raakt de rek eruit. De vele onzekerheden, zoals de vraag hoelang deze mensen willen blijven, zit een echte oplossing in de weg.
Op dit moment zitten ruim 83.000 Oekraïense vluchtelingen in de gemeentelijke opvang en is er nog maar plek voor zo'n 1.500 nieuwe Oekraïners. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft daarnaast nog zo'n 500 bedden beschikbaar in de crisisnoodopvang.
Als er ineens een grote groep Oekraïners naar Nederland komt, kan het dus zijn dat er geen plek meer is. Maar wat er dan gaat gebeuren, is nog niet duidelijk. Het Veiligheidsberaad van de veiligheidsregio's laat weten "er alles aan te doen" om dat scenario te voorkomen.
Vanuit het ministerie is al meerdere malen het dringende verzoek gedaan om extra plekken te creëren. En tot nu toe is dat altijd goed gegaan. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het zorgen voor voldoende plek. Volgens de woordvoerder kan het ministerie ze niet dwingen als dit onvoldoende lukt. In geval van nood zal er eerder worden gekeken naar plekken in bijvoorbeeld hotels en vakantieparken.
Oekraïense vluchtelingen in een opvang op een cruiseschip. | Beeld: ANPOok in de opvang zelf begint het te knellen
Het regelen van extra opvangplekken is vooral lastig omdat niemand weet hoelang de oorlog in Oekraïne gaat duren. Gemeenten kunnen daarom niet zomaar langdurige contracten afsluiten of veel geld investeren in het nog geschikter maken van een opvanglocatie.
Daardoor zitten Oekraïners lange tijd op plekken die daar eigenlijk niet geschikt voor zijn, ziet VluchtelingenWerk. "Al een tijdje zeggen we dat de rek eruit begint te raken. Die fase zijn we nu wel gepasseerd", zegt woordvoerder Martijn van der Linden.
Hij benadrukt dat de gemeenten "een gigantische prestatie" hebben geleverd door in anderhalf jaar tijd voor bijna 100.000 mensen onderdak te regelen. Maar een deel van die mensen zit op plekken met soms nog eens honderden anderen. Daar hebben ze te maken met weinig privacy, (jonge) kinderen en mensen met verschillende dag- en nachtritmes. "Dat begint overal in het land te knellen."
Een limbo waar gemeenten mee worstelen
Een ander gevolg van de onzekerheid rondom de oorlog is dat Oekraïners niet altijd goed kunnen integreren. De tijdelijke bescherming die zij van Europese landen hebben gekregen, is erop gericht dat zij weer teruggaan naar Oekraïne zodra het veilig is.
Tegelijkertijd hebben ze in Nederland wel zorg en onderwijs nodig. En een deel van de Oekraïners wil wél blijven, en wil daarom ook taallessen kunnen volgen of als zzp'er aan de slag. En dat lukt lang niet altijd. "De Oekraïners zitten in een soort limbo waar gemeenten heel erg mee worstelen", zegt Van der Linden.
Sanne Oving is binnenlandverslaggever bij NU.nl
Je kunt beter te véél geïntegreerd zijn
Het ministerie van Justitie en Veiligheid zegt dat het samen met andere ministeries werkt aan zo'n plan. Dat moet ervoor zorgen dat Oekraïners zichzelf kunnen en kunnen deelnemen in de maatschappij. Daarvoor worden nu al stappen gezet, door onder meer Oekraïense psychologen te laten werken en te onderzoeken of werkende vluchtelingen kunnen meebetalen aan hun opvang. Ook in EU-verband dringt Nederland aan op een plan voor de lange termijn.
De onzekerheid kan niet zomaar worden weggenomen, maar het is niet zo dat er op dit moment niks kan worden gedaan, zegt Van der Linden. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld bij het openen van een nieuwe locatie met meer voorzieningen eerst kijken naar de mensen die al lange tijd op een minder geschikte plek zitten en behoefte hebben aan meer privacy.
En in Duitsland zijn ze, ondanks de tijdelijke richtlijn, al wel begonnen met het integreren van Oekraïners. In dat land hebben de vluchtelingen namelijk een verblijfsvergunning gekregen, legt hij uit. "Je kan beter te veel geïntegreerd zijn dan dat je achteraf moet constateren dat er jaren verloren zijn."

