Vijftig jaar na sluiting laatste steenkoolmijn kunnen Limburgers schade melden
Limburgers kunnen vanaf volgend jaar een vergoeding krijgen voor lichte en zware schade aan hun huizen als gevolg van steenkoolwinning. De laatste steenkoolmijn in de provincie is in 1974 gesloten, maar de schade is bij sommige huizen nog altijd zichtbaar.
Naar verwachting komen de eigenaren van zo'n tienduizend huizen in aanmerking voor een schadevergoeding. De woningen met de zwaarste schade zijn eerst aan de beurt. Daarna kan lichtere schade gemeld worden, zoals scheuren in muren.
Woningeigenaren kunnen de schade melden bij een speciaal loket, waarna ze een begeleider voor hun zaak krijgen. De Commissie Mijnbouwschade beoordeelt de schade en bekijkt of het aannemelijk is dat die door mijnbouw veroorzaakt is. Toegewezen vergoedingen tot 5.000 euro worden uitbetaald. Grotere schades tot 20.000 euro worden hersteld door een aannemer.
Staatssecretaris Hans Vijlbrief (Mijnbouw) is blij dat het herstelfonds er nu is. "Want Limburgers hebben niet gevraagd om scheuren of verzakkingen. Met deze methode worden bewoners zoveel mogelijk ontzorgd en wordt de schade netjes hersteld."
De tien mijnbouwgemeenten zijn Heerlen, Sittard-Geleen, Brunssum, Beek, Beekdaelen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld, Stein en Voerendaal. Inwoners van die gemeenten kunnen een aanvraag doen.
De Nederlandse overheid begon de kolenproductie in 1965 af te bouwen. Op 31 december 1974 werd er in Heerlen voor het laatst steenkool uit een Nederlandse mijn gehaald. Met de sluiting van de mijn in Heerlen kwam er een einde aan eeuwenlange mijnbouw in Zuid-Limburg.
Mijnwerkers halen op 31 december 1974 voor de laatste keer steenkool uit een Nederlandse mijn. | Beeld: ANP
