Nederland heeft rechten gevlucht Bahreins oppositielid geschonden
Nederland heeft de rechten van een gevlucht oppositielid uit Bahrein geschonden door hem terug te sturen naar zijn land van herkomst. Dat oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dinsdag.
Oppositielid Ali Mohammed Al Showaikh werd na zijn uitzetting meteen gearresteerd in Bahrein. Naar eigen zeggen werd het oppositielid vervolgens gemarteld totdat hij een bekentenis aflegde. In februari 2019 kreeg Al Showaikh levenslang voor terrorisme.
Volgens de Europese rechter heeft Nederland de bewijzen van Al Showaikh bij zijn asielaanvraag niet goed genoeg beoordeeld. Ook kreeg hij niet de ruimte om zijn afwijzing aan te vechten, oordeelt het Europese hof.
"Het besluit is genomen in een taal die hij niet begrijpt en is gestuurd naar een advocaat die hem niet vertegenwoordigde", stelt het hof. Bovendien is dat pas na zijn uitzetting gebeurd, benadrukt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Nederland hoeft hem niet terug te halen
De advocaat van Al Showaikh eiste dat Nederland alles in het werk zou stellen om hem vrij te krijgen en eventueel terug naar Nederland te halen. Zover gingen de Europese rechters niet. Zij veroordeelden Nederland alleen tot het betalen van een schadevergoeding van 50.000 euro.
Het oppositielid deed in Bahrein mee aan demonstraties voor democratische hervormingen. In 2017 vluchtte hij naar Nederland. Bahrein zag hem als terrorist. Om dezelfde reden had zijn broer asiel gekregen in Duitsland. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) geloofde Al Showaikh niet en wees zijn asielaanvraag af. Hij ging in beroep, maar dat werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij te laat was.
De dag voor de uitzetting verstrekte hij een document van aanklagers in Bahrein, waarop stond dat hij gezocht werd. De IND weigerde het document te beoordelen, maar dat had volgens het Europees hof wel gemoeten. In afwachting daarvan had Al Showaikh in Nederland mogen blijven.
In 2020 heeft de Inspectie Justitie en Veiligheid al onderzoek gedaan naar de afwijzing van zijn asielaanvraag. De toenmalige staatssecretaris concludeerde op basis van dit onderzoek dat de asielprocedure correct is verlopen en dat de IND niet verplicht was om de Nederlandse ambassadeur in Bahrein te raadplegen.
