Ongeveer de helft van de Nederlanders krijgt de diagnose kanker
Ongeveer de helft van de Nederlanders krijgt minstens één keer de diagnose kanker in zijn of haar leven. Dat zijn er flink meer dan pakweg dertig jaar geleden, toen het nog om een op de drie mensen ging.
Die stijging is deels te verklaren doordat we ouder worden dan vroeger. Bij mannen is het verschil gemiddeld 7 jaar, bij vrouwen 3,5 jaar. De periode waarin je de diagnose kanker kunt krijgen, is dus langer geworden. "Bovendien komt kanker vaker voor op oudere leeftijd. Daarom leidt een hogere levensverwachting tot een stijging van de kans op kanker", leggen de wetenschappers uit. Maar het feit dat we ouder worden, komt juist door iets positiefs: tegenwoordig overlijden minder mensen aan hart- en vaatziekten dan dertig jaar geleden.
Het risico per type kankersoort verschilt ook met vroeger, veelal doordat we nu een andere levensstijl hebben. We worden meer blootgesteld aan de straling van de zon, dus de kans op melanoom (huidkanker) is groter. En meer mensen hebben overgewicht, dus meer mensen krijgen lever-, galweg-, slokdarm- of nierkanker.
Andersom is de kans op longkanker (met name bij mannen) afgenomen, doordat we minder roken. En door betere hygiëne en antibioticabehandelingen is de kans op de maagbacterie Helicobacter pylori kleiner en daarmee ook de kans op maagkanker.
Tot slot is het onderzoek naar kanker in de afgelopen dertig jaar ook verbeterd. Artsen kunnen bijvoorbeeld betere bloedtesten doen en scans maken dan vroeger. Ook dat zorgt ervoor dat tegenwoordig meer mensen een kankerdiagnose krijgen.
