VluchtelingenWerk: Onrust doordat kabinet derdelander-uitspraak niet afwachtte
De uitspraak ging over een man uit Tanzania die vorig jaar met een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne woonde toen Rusland het land binnenviel. Hij vluchtte naar Nederland en kreeg hier dezelfde bescherming als Oekraïense vluchtelingen.
De man dreigde maandag zijn recht op bescherming in Nederland kwijt te raken omdat het demissionair kabinet wil dat dit stopt. Daardoor zouden derdelanders mogelijk noodgedwongen de opvang moeten verlaten. Ze kunnen dan wel asiel of een studievisum aanvragen, anders moeten ze binnen 28 dagen uit Nederland vertrekken.
Wie zijn derdelanders en waarom moeten ze terug?
De man uit Tanzania was het daarmee oneens en spande een rechtszaak aan. De rechtbank in Rotterdam oordeelde ten gunste van de overheid, waartegen de man in beroep ging. Hij mag die inhoudelijke uitspraak nu afwachten in de opvang, oordeelde de Raad van State vrijdagavond laat.
De uitspraak betreft een individueel geval, maar is volgens de Raad van State "richtinggevend" voor andere derdelanders. "Ieder ander die nu bij ons zou komen, zou eenzelfde uitspraak krijgen", liet een woordvoerder eerder weten.
Dat bevestigde later ook staatssecretaris Eric van der Burg (Asiel). Hij meldt dat alle uit Oekraïne gevluchte derdelanders in Nederland mogen blijven in afwachting van de uitspraak van de hoogste rechter.
VluchtelingenWerk ziet zorgwekkende trend
VluchtelingenWerk ziet in het handelen van het kabinet een trend waarbij "de wettelijke grondslag van het beleid geen doorslaggevende rol meer lijkt te spelen" als het gaat over vluchtelingen.
De organisatie noemt de zogeheten nareisbeperking van gezinsleden van vluchtelingen als een ander voorbeeld. Over het plan om familieleden ('nareizigers') pas te laten overkomen als het eerst aangekomen gezinslid een verblijfsvergunning en een huis heeft, oordeelde de Raad van State eerder dit jaar dat dat niet mag. Niet volgens de Nederlandse wet, maar ook volgens Europese regelgeving niet.
"Deze trend schuurt met de rechtsstaat, dupeert kwetsbare mensen en belast de uitvoeringsorganisaties en in dit geval ook gemeenten onnodig", stelt VluchtelingenWerk.

