Zes jaar cel geëist voor aanslagen op restaurants Rotterdam en Den Haag
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft vrijdag zes jaar cel geëist tegen de twintigjarige Leon A. Hij zou een explosief hebben geplaatst bij een afhaalrestaurant in Den Haag. Ook zou hij een restaurant van diezelfde keten in Rotterdam hebben beschoten.
De verdachte zou op 28 november 2022 een explosief hebben geplaatst bij afhaalrestaurant Lobi BBQ aan de Hoefkade in Den Haag. Een dag eerder zou hij al een restaurant van diezelfde keten aan de Claes de Vrieselaan in Rotterdam hebben beschoten.
De twintigjarige Xavierno L., een vriend van A., wordt verdacht van betrokkenheid bij de aanslagen op de restaurants. Het OM eist tegen hem dertig maanden cel, waarvan tien maanden voorwaardelijk.
Het OM sprak van "nare intimidatie", waarmee anderen in levensgevaar zijn gebracht. Er vielen geen gewonden, maar volgens justitie was er wel een schoonmaker in het pand tijdens de beschietingen. Die "was bang en kroop over de grond."
A. bekende dat hij heeft geschoten en het explosief heeft geplaatst. Hij liet niets los over details of over een mogelijke opdrachtgever, "vanwege eigen veiligheid". Ook L. zweeg.
A. ook verdacht van poging tot zware mishandeling en beschietingen
A. wordt ook verdacht van een poging tot zware mishandeling in Ede op 9 en 10 november vorig jaar. Daarnaast verdenkt het OM hem van het beschieten van woningen in Rotterdam op 18 juli vorig jaar.
Over de mishandeling zei A. dat hij iemand vervoerd zou hebben die een man in zijn been of bil moest schieten. Ze bezochten het huis waar de man met zijn vrouw en vijf kinderen woonde, maar niemand deed open. "Alleen daarom is er niets gebeurd", meent het OM.
De advocaat van A. stelt dat zijn cliënt geen straf zou moeten krijgen voor het plaatsen van het explosief. Volgens hem is een batterij nodig om zo'n bom te laten ontploffen.
Advocaat: 'L. was alleen doorgeefluik'
Ook moet A. volgens hem worden vrijgesproken van de beschietingen van de woningen in Rotterdam. A. zou daar geweest zijn vanwege een vriendin.
De advocaat van L. stelt dat zijn cliënt "alleen een doorgeefluik was" en niet meeliep toen A. de kogels afvuurde. "Dat ze elkaar kennen, wil niet zeggen dat er sprake is van een samenwerking", stelde de advocaat.
De rechter doet op 14 september uitspraak.
