Minder mensen komen om door moord of doodslag dan twintig jaar geleden
Vorig jaar zijn minder mensen in Nederland om het leven gekomen door moord en doodslag dan twintig jaar geleden. In 2022 zijn ook minder verdachten voor de rechter verschenen.
In 2022 kwamen 142 mensen in Nederland om het leven door moord of doodslag, blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS. Dat zijn er meer dan in 2021, maar een stuk minder dan twintig jaar geleden (247). Daarmee lijkt een dalende trend ingezet.
De meeste slachtoffers waren mannen tussen de twintig en veertig. In een op de zeven gevallen ging het om een afrekening in het criminele circuit. Mannen werden meestal om het leven gebracht met een vuur- of steekwapen.
Onder de vrouwen werden meer zestigplussers om het leven gebracht. In drie kwart van de gevallen werden ze gedood door een ex-partner. Bij 20 procent van de vrouwenmoorden was een familielid de dader.
De meeste slachtoffers vielen in Rotterdam. Het is voor het eerst dat er meer mensen in de havenstad zijn gedood dan in Amsterdam. De hoofdstad staat op de tweede plek.
In vergelijking met andere landen worden er in Nederland relatief weinig mensen om het leven gebracht. Rusland stond vorig jaar op de eerste plek, gevolgd door Oekraïne. Waarschijnlijk leidt de oorlog tussen die landen tot deze hoge cijfers.
Minder verdachten voor de rechter
In 2022 verschenen in Nederland honderd verdachten van moord of doodslag voor de rechter. Twintig jaar geleden waren dat er nog 190. Het duurt vaak maanden voordat een zaak voor de rechter komt. Daardoor is het niet vreemd dat dit aantal kleiner is dan het aantal slachtoffers dat vorig jaar omkwam door moord of doodslag.
Bij 90 procent van de zaken was de verdachte een man. Meestal ging het om een alleenstaande. De gemiddelde leeftijd was 34 jaar.
In 7 procent van de gevallen was de verdachte minderjarig. Drie jaar eerder was nog 1 procent van de verdachten onder de achttien.
