Jeugd wantrouwt overheid steeds meer, gevoel na corona toch niet afgenomen
Jongeren wantrouwen de overheid steeds meer. De argwaan nam toe tijdens de coronapandemie, maar is daarna niet verdwenen.
Het wantrouwen onder jongeren is de afgelopen jaren veranderd, constateren onderzoekers van het Nederlands Jeugdinstituut en de jeugdwerkers. In het verleden was polarisatie meestal 'horizontaal'. Dit betekent dat er wantrouwen en onderbuikgevoelens jegens andere groepen in de samenleving bestonden.
Maar tegenwoordig is de argwaan onder jongeren vooral 'verticaal', blijkt uit het onderzoek. Dit betekent dat burgers de overheid of grote instituties in de samenleving wantrouwen.
De jeugdprofessionals dachten dat dit wantrouwen na de coronapandemie weer zou verdwijnen, maar dat gebeurt niet. Zo verenigden groepen jongeren die ideologisch ver uit elkaar stonden zich tijdens de avondklokrellen tegen de gezamenlijke 'vijand': de overheid.
Jongeren zien overheid als veroorzaker van problemen
Volgens de jeugdprofessionals hebben jongeren geen vertrouwen meer in de overheid en voelen zij geen verbinding met de overheid. Jongeren voelen zich ook niet gehoord en zijn daardoor minder geneigd te gaan stemmen. Volgens de jeugdprofessionals wordt de kloof tussen jongeren en politiek steeds groter.
Veel jongeren zien de overheid als een belangrijke veroorzaker van de problemen die zij ervaren. Zij hebben weinig geloof in de toekomst en dat geldt zeker voor jongeren die in aanraking komen met jeugdwerkers.
De toename van armoede in Nederland, wachtlijsten voor hulpverlening en jeugdzorg, de woningcrisis en het toeslagenschandaal worden ook genoemd als oorzaken van het wantrouwen.
'Liegende politici meten met twee maten'
Sommige jongeren vinden bovendien dat de overheid met twee maten meet: liegende politici worden niet gestraft, terwijl lokale handhavers jongeren juist bovengemiddeld hard aanpakken.
Ook hebben jongeren het gevoel dat protesterende boeren anders worden behandeld dan andere demonstranten, zoals klimaatactivisten.
Het Nederlands Jeugdinstituut heeft het onderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken uitgevoerd.



