Vorig jaar minder kinderen uit huis geplaatst, maar dat leidt ook tot zorgen
Vorig jaar zijn een kwart minder kinderen uit huis geplaatst dan in 2021. Dat kan goed nieuws zijn, maar het baart de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) ook zorgen. Mogelijk spelen personeelstekorten in de jeugdbescherming een rol, en dat is geen goed teken.
De Raad voor de Kinderbescherming wordt ingeschakeld als er grote problemen spelen binnen een thuissituatie. Als de RvdK na onderzoek vindt dat de ontwikkeling van een kind in gevaar is, stapt hij naar de rechter. Die kan een zogeheten kinderbeschermingsmaatregel opleggen, zoals een uithuisplaatsing. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij verwaarlozing, mishandeling of misbruik.
Vorig jaar werden 1.572 kinderen uit huis geplaatst. Een jaar eerder ging het nog om bijna 2.000 kinderen. Daarnaast stapte de RvdK in 2022 ook veel minder vaak naar de rechter dan in 2021.
De oorzaak van de daling is niet duidelijk. Wel noemt de RvdK een paar mogelijke verklaringen. Zo ligt de nadruk sinds een tijd meer op het voorkomen van een uithuisplaatsing.
Daarom werkt de RvdK intensiever samen met andere organisaties en instanties om een oplossing te vinden. "Deze daling in verzoeken voor een kinderbeschermingsmaatregel kan erop wijzen dat dit vruchten afwerpt", zegt directeur Theo Lodder van de RvdK.
Terughoudender door tekort aan jeugdbeschermers
Maar de daling kan ook komen door de personeelstekorten in de jeugdzorg. Zo zijn er veel te weinig jeugdbeschermers. Zij worden ingeschakeld als een rechter vindt dat een kind in gevaar is. De jeugdbeschermer heeft als taak het kind en het gezin te ondersteunen en de rechter te adviseren over wat er moet gebeuren.
"Wij komen in gezinnen waar de problemen groot zijn en hulp hard nodig is, maar niet voorhanden. Dat stelt onze medewerkers, die zich dagelijks inzetten voor het welzijn van kinderen en hun gezinnen, voor enorme dilemma's", vertelt Lodder.
Volgens hem zijn onderzoekers van de RvdK terughoudender met het vragen van een kinderbeschermingsmaatregel omdat ze weten dat er geen jeugdbeschermer beschikbaar is. "Dan wordt langer vrijwillige hulp geboden, mogelijk ook aan gezinnen waar, gezien de ernst en duur van de problematiek, eigenlijk ingegrepen had moeten worden."
Dat leidt tot zorgen bij de RvdK. Daarom wil die samen met de jeugdbescherming de oorzaken in kaart brengen van de daling van het aantal verzoeken voor een kinderbeschermingsmaatregel.

