Staat gaat niet in hoger beroep in Overijsselse zaak rond toeslagenschandaal
De Staat gaat niet in beroep tegen een uitspraak van de rechtbank in Almelo over het toeslagenschandaal. Een rechter stelde de overheid aansprakelijk voor de schade die twee Overijsselse ouders hadden geleden door het schandaal. De overheid is het niet volledig eens met die uitspraak, maar ziet af van vervolgstappen.
Volgens Milan Jans, de advocaat van de ouders, was het de eerste keer dat de Staat in zo'n soort rechtszaak aansprakelijk is gesteld. Een dag later stelde ook de rechtbank in Rotterdam een getroffen koppel in het gelijk.
De Staat liet eerder al weten niet in hoger beroep te gaan in de Rotterdamse zaak, maar nog wel te kijken naar de Overijsselse. In die zaak werd de Staat namelijk op de vingers getikt voor álle jaren waarin de Nijverdalse ouders geld moesten terugbetalen aan de Belastingdienst. Dat terwijl de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) had geoordeeld dat de ouders in één van die jaren wel terecht de toeslagen hebben terugbetaald.
De UHT is de afdeling van de Belastingdienst waar gedupeerden in eerste instantie kunnen aankloppen om erachter te komen of ze recht hebben op een schadevergoeding.
Hoger beroep niet in belang toeslagenouders
Ook juridisch gezien is het niet nodig om in hoger beroep te gaan. De Staat wil liever niet procederen tegen de getroffen ouders, tenzij dat echt nodig is. Bijvoorbeeld als de uitspraak van de Almelose rechter ervoor zorgt dat de Staat ook in andere rechtszaken naar eigen zeggen onterecht aansprakelijk wordt gesteld.
