Nog steeds zorgen over taal- en rekenniveau in het onderwijs
Nog steeds zijn te veel kinderen niet goed genoeg in rekenen en taal (of wiskunde en Nederlands). Dat betekent dat inmiddels een flinke groep mensen in ons land niet in staat is om bijvoorbeeld te begrijpen wat er in een brief van de overheid staat of wat er op het journaal wordt verteld.
De zorgen over het taal- en rekenniveau van kinderen zijn woensdag geuit door de onderwijsinspectie. Elk jaar schrijft ze een rapport waarin staat hoe het onderwijs ervoor staat.
Van de kinderen die de basisschool verlaten heeft ruim 20 procent niet het gewenste rekenniveau. Ook kunnen onvoldoende kinderen goed schrijven. Dat betekent dat die leerlingen de basisvaardigheden onvoldoende beheersen om de stap naar de middelbare school te maken.
Ook in het voortgezet onderwijs zijn de basisvaardigheden van leerlingen lang niet altijd op orde. Ongeveer één op de vijf havo- en vwo-leerlingen verlaat de middelbare school mét diploma, maar wel met een onvoldoende voor het centraal examen Nederlands.
Inspectie ziet ook 'lichtpuntjes'
Het lerarentekort maakt het verbeteren van de basisvaardigheden niet makkelijker. Het tekort is met name groot op scholen met veel kwetsbare leerlingen. Juist die leerlingen hebben al een verhoogde kans om een achterstand op te lopen.
Toch is er volgens inspecteur-generaal Alida Oppers sprake van "beweging" in het onderwijs. "Drie jaar geleden zijn we begonnen met het benoemen van het belang van basisvaardigheden. Toen kregen we van veel scholen de reactie dat aandacht voor een gezonde levensstijl en duurzaamheid ook belangrijk zijn. Dat is het ook, maar als je verzaakt in de basis dan kan je daar niet op bouwen."
Het jaarlijkse rapport van de inspectie heeft het over "lichtpuntjes". Bijvoorbeeld in het basisonderwijs, waar leesachterstanden in groep 8 zijn weggewerkt.
Het wordt spannend. We kunnen er niet nog een generatie over doen.
Maar het "gevoel van zorg" blijft voor Oppers overheersen. Een ander voorbeeld dat ze noemt is de hoge uitval van studenten in het mbo. "Het grootste aantal sinds tien jaar." Daar komt nog bij dat er behoorlijk wat mbo 2- en 3-studenten zijn "die een diploma halen, maar de basis van taal niet beheersen".
"De groep die onvoldoende taalvaardig is telt ongeveer 2,5 miljoen mensen", zegt de inspecteur-generaal. "En die groep groeit op allerlei manieren."
Volgens Oppers hebben die mensen moeite om "hun leven goed te organiseren". Ze hebben bijvoorbeeld moeite met brieven van de gemeente of om hun zorgverzekering goed te regelen.
Vorig jaar gaf de inspectie het onderwijs twee jaar om te werken aan betere basisvaardigheden. Van een trendbreuk is volgens Oppers nu alleen nog geen sprake. "Het wordt spannend, maar ik heb er vertrouwen in dat we dit kunnen", zegt ze. "We kunnen er niet nog een generatie over doen. Er moeten toch resultaten komen."

