Advocaat 'Zwarte Cobra' hekelt eenzijdig onderzoek naar moord op drugsdealer
Het Openbaar Ministerie (OM) lijdt in de strafzaak tegen 'Zwarte Cobra' Henk Rommy aan tunnelvisie. Dat stelde zijn advocaat Mark Teurlings woensdag in zijn pleidooi.
"Mijn cliënt moet en zal veroordeeld worden. Een ander scenario is volgens justitie niet eens de moeite waard om te onderzoeken", zei de raadsman voor de rechtbank in Amsterdam.
Het OM eiste dinsdag 22 jaar gevangenisstraf tegen Rommy (71) voor de moord op de Griekse diamantair en drugshandelaar Henie Shamel (55) en de doodslag van zijn vriendin Anne de Witte (44) in Antwerpen, bijna dertig jaar geleden. De twee werden in de nacht van 8 op 9 mei 1993 kort na middernacht in een geparkeerde auto onder vuur genomen door twee mannen en overleden enkele dagen later aan hun verwondingen.
Voor de moorden zijn eerder twee tussenpersonen en een schutter veroordeeld. Rommy kon niet worden berecht, omdat hij een celstraf van zeventien jaar uitzat in de Verenigde Staten vanwege voorbereiding van xtc-smokkel.
Volgens het OM gaf hij opdracht Shamel uit de weg te ruimen om een miljoenenschuld, ontstaan na de onderschepping van een partij drugs. Rommy, in de jaren tachtig en negentig een prominent figuur in het vaderlandse criminele circuit, heeft ontkend. Volgens hem had hij helemaal geen schuld bij Shamel, laat staan een motief voor de moord.
Advocaat bepleit dat enkel vrijspraak kan volgen
Zijn raadsman benadrukte eerder al dat het veel waarschijnlijker is dat de in 2020 overleden drugshandelaar Stanley Kai Esser achter de aanslag zat. Die raakte tijdens een ontmoeting met Shamel in 1984 zwaargewond toen hij in het hoofd werd geschoten. Esser gaf voor zijn dood toe dat hij uit wraak een aanslag had willen plegen op Shamel, maar nadat die was mislukt had hij het er naar eigen zeggen bij gelaten.
Ook wees Teurlings op een reeks tegenstrijdigheden in getuigenverklaringen en de goede verstandhouding tussen Rommy en Shamel. "Toch is het OM alleen maar bezig de zaak tegen mijn cliënt sterker te maken en wimpelt het elke aanwijzing die in een andere richting wijst honend weg."
De raadsman vroeg "bij gebrek aan elke vorm van bewijs" - naast niet-ontvankelijkheid voor het OM vanwege het overtreden van een reeks procesregels - vrijspraak voor R. Het OM reageert daar later op. De uitspraak is gepland op 3 april.
