Helft gestrafte jongeren krijgt door rechter opgelegde hulp niet
De hulp die rechters opleggen aan gestrafte jongeren wordt in zeker de helft van de gevallen niet of pas veel te laat gegeven. Dat signaleert de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Het vergroot de kans dat jongeren opnieuw het criminele pad kiezen, zegt strafrechtadviseur Madelon Ultee bij de RvdK.
Zo blijkt uit intern onderzoek dat de forensische jeugdzorg in Gelderland en Overijssel in zelfs 72 procent van de gevallen helemaal niet geleverd is. Landelijke cijfers ontbreken, maar raadsonderzoekers van de RvdK schatten dat het gemiddeld om zeker de helft van de gevallen gaat. Dat baseren ze op strafrechtzaken en op steeds dezelfde jongeren die ze in het strafbankje zien terugkeren.
In strafzaken met minderjarigen adviseert de RvdK de rechter bij het bepalen van een geschikte straf. Vaak krijgen jongeren hulptrajecten opgelegd. Het kan gaan om een verblijf in een jeugdhulpinstelling. Maar het kan bijvoorbeeld ook de hulp van een psychiater of psychotherapeut zijn. De zogeheten forensische hulp verkleint de kans op herhaling of een lange criminele carrière.
Gemeenten moeten die hulp uitvoeren. Die taak hebben ze sinds de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015 overgenomen van de Rijksoverheid. Elk jaar krijgen gemeenten daar nu een geldpotje voor. Van dat budget moeten ze allerlei soorten zorg en hulp voor kinderen kopen. Maar daar gaat het vaak mis.
'Eén jongere hapt soms hele jeugdzorgbudget weg'
Volgens Ultee hebben gemeenten die zeer specialistische zorg niet altijd goed ingekocht. Of er is geen of te weinig geld over. "Of één jongere hapt in één keer het hele budget van een kleine gemeente weg", zegt Ultee. Ze begrijpt dat gemeenten dan scherpe keuzes moeten maken. "Want met hetzelfde budget moeten ze bijvoorbeeld ook een dyslexietraining van een kind betalen."
Bij gebrek aan geld of capaciteit om vaak ingewikkelde jeugdhulp uit te voeren, komen gemeenten vaak met een lichtere vorm van hulp. "Bijvoorbeeld een jongerencoach", zegt Ultee. "Maar dat is alsof je geen cardioloog, maar een willekeurige arts laat kijken naar iemand met hartproblemen. Het draagt iets bij, maar raakt niet aan de kern van het probleem."
En dat stelt de RvdK voor een dilemma. "Soms zien we dat de volgens ons meest geschikte hulp voor een jongere niet beschikbaar is. Of dat het twee jaar wachten is daarop. In het belang van de jongere adviseren we dan samen met de officier van justitie soms een andere, lichtere hulp, die wel beschikbaar is."
'Maatschappij betaalt de prijs'
"Hier worstelen we als Raad voor de Kinderbescherming wel mee", vervolgt de strafrechtadviseur. "Want we adviseren vanuit onze onafhankelijkheid en deskundigheid. We willen altijd kiezen voor de hulp die past bij een minderjarige. Op basis van de bewezen effectiviteit en niet op basis van aanbod."
Nu komt het volgens Ultee nog niet vaak voor dat de RvdK een alternatieve hulp adviseert. Maar ze vreest dat ze vaker voor die lichtere vorm moeten kiezen als er geen oplossing komt. En die oplossing is hard nodig, stelt de strafrechtadviseur. "Niet alleen voor de jongeren zelf, maar ook voor de maatschappij, want die betaalt de prijs."
