Plastisch chirurgen zagen weer evenveel vuurwerkslachtoffers als voor corona
Plastisch chirurgen hebben rond de jaarwisseling 52 mensen met ernstig letsel als gevolg van vuurwerk behandeld. Daarmee is het aantal vuurwerkslachtoffers terug op het niveau van voor de coronapandemie.
Tijdens de jaarwisseling 2019/2020 moesten vijftig mensen behandeld worden. De afgelopen twee jaar lag dat cijfer lager, door het algehele vuurwerkverbod om de zorg te ontlasten tijdens de coronacrisis.
Plastisch chirurgen voerden vooral (gedeeltelijke) amputaties van vingers uit, meldt de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC). Twee patiënten ondergingen een volledige amputatie van een hand. Verschillende mensen werden behandeld voor ernstig letsel aan het gezicht en er waren ook meerdere slachtoffers met botbreuken, oogletsel en brandwonden.
Volgens de NVPC was in veruit de meeste gevallen sprake van illegaal vuurwerk. Tien mensen raakten gewond door legaal vuurwerk. Zo veroorzaakte een sterretje een ernstige brandwond bij een jong kind. Het jongste slachtoffer met brandwonden was pas twee jaar oud.
Bijna de helft van de slachtoffers (23) bestond uit jongens van jonger dan achttien jaar. Het grootste deel stak het vuurwerk dat het letsel veroorzaakte zelf af. Vijftien slachtoffers raakten vóór 31 december 18.00 uur gewond. Vanaf dat tijdstip mocht vuurwerk door consumenten worden afgestoken.
Ernst van letsel vraagt volgens chirurgen om algeheel vuurwerkverbod
De NVPC blijft pleiten voor een algeheel vuurwerkverbod voor consumenten. "De ernst van de letsels voor de individuele patiënt en ook de maatschappelijke gevolgen wegen zwaarder dan de wens van sommige particulieren om zelf vuurwerk af te mogen blijven steken", zegt plastisch chirurg Annekatrien van de Kar namens de vereniging.

