Meeste transgender jongeren blijven volgens onderzoek later hormonen gebruiken
Van de transgender personen die op jonge leeftijd begonnen met geslachtshormonen, doet het overgrote deel dat op latere leeftijd ook nog. Dat blijkt uit een onderzoek van het Amsterdam UMC.
"De angst dat adolescenten (jongeren tussen de elf en twintig jaar) onvoldoende de consequenties zouden overzien van hun genderbehandeling, lijkt daarmee ongegrond", stelt onderzoeker Marianne van der Loos van het Amsterdam UMC.
Volgens mensen die kritisch zijn op het verruimen van wetgeving rond geslachtsverandering, groeit een deel van de kinderen die van geslacht willen veranderen daar in de puberteit overheen. Maar de kans dat mensen inderdaad stoppen met de hormoonbehandeling is heel klein, blijkt uit de studie van het Amsterdam UMC.
De onderzoekers bekeken gegevens van 720 transgender personen en koppelden die aan informatie over anonieme medicatievoorschriften van statistiekbureau CBS. Daarmee wilden de onderzoekers bepalen hoeveel van de transgender personen die op jonge leeftijd aan puberteitsremmers en daarna geslachtshormonen begonnen, deze op volwassen leeftijd nog steeds gebruikten.
Bij 98 procent van de personen uit het onderzoek werd een recent medicatievoorschrift voor geslachtshormonen gevonden. Die hormonen kwamen overeen met die van hun genderidentiteit: het geslacht dat zij zelf ervaren.
Het verschilt hoelang deze mensen al hormonen gebruikten, maar een deel van hen nam ze op het moment van het onderzoek al tien tot vijftien jaar. Bij 2 procent van de transgender personen werd geen medicatievoorschrift gevonden. Zij zijn mogelijk gestopt met de hormoonbehandeling, maar de reden waarom is op basis van de gegevens niet te achterhalen. "Dat is een interessant onderwerp om in de toekomst te onderzoeken", zegt het Amsterdam UMC.
