Raad van State: Geen sprake van wanbeheer bij Amsterdams Haga Lyceum
Het bestuur van het Cornelius Haga Lyceum heeft zich niet schuldig gemaakt aan zelfverrijking. Ook was er geen sprake van wanbeheer bij de islamitische middelbare school in Amsterdam. Dat oordeelt de Raad van State, de hoogste bestuursrechter van Nederland.
De vorige onderwijsminister, Arie Slob, had de stichting achter de school opdracht gegeven om schoolbestuurder Soner Atasoy weg te sturen. De minister had daar vier redenen voor: financieel wanbeleid, nalatigheid bij het bewaken van de kwaliteit van het onderwijs, ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatig handelen.
De Stichting Islamitisch Onderwijs stapte uit protest naar de rechtbank in Amsterdam. Die wees die eerste twee bezwaren van Slob af. De rechters achtten die andere twee kritiekpunten wel bewezen, maar dat was niet genoeg om Atasoy weg te sturen. Die beslissing werd daarom teruggedraaid.
De stichting ging daarna opnieuw in beroep, bij de Raad van State. Daar wilde de school de beschuldigingen over zelfverrijking en onrechtmatig handelen ook van tafel krijgen. Dat is nu gelukt.
Volgens Slob was er sprake van verrijking omdat de directeur een paar juridische rekeningen van de school had voorgeschoten en de school het geld daarna naar hem had overgemaakt. Het ging om in totaal enkele tienduizenden euro's.
Dat mag niet. Geld van een school mag alleen voor het onderwijs worden gebruikt. Strikt genomen is het dus wel een onrechtmatige uitgave, maar dat maakt het volgens de Raad van State nog geen wanbeheer, omdat de bestuurder er geen voordeel van heeft gehad. Ook was het geen "doelbewust patroon". Doordat er geen sprake is van ongerechtvaardigde verrijking "is dus ook geen sprake van wanbeheer", oordeelt de hoogste bestuursrechter
Wat was ook alweer de situatie op het Cornelius Haga Lyceum?
School werd eerder dit jaar ook nog op vingers getikt
De huidige minister voor Onderwijs, Dennis Wiersma, tikte de school in februari van dit jaar nog op de vingers. Een nieuwe inspectie toonde aan dat het geboden onderwijs "zeer zwak" was. De kwaliteit moest binnen een jaar verbeteren, anders zou de financiering van de school worden stopgezet.
Ook moest er een beter beleid van de leerkrachten komen, concludeerde de onderwijsinspectie. Leerkrachten en begeleiders moeten de ontwikkeling van leerlingen beter volgen en waar nodig ondersteuning bieden. Daarnaast moet de school meer rekening houden met verschillen tussen leerlingen.

