Symbool tegen verbreding A27 wint overtuigend Boom van het Jaar-verkiezing
De Markiezeneik op het Utrechtse landgoed Amelisweerd is met een overgrote meerderheid verkozen tot Boom van het Jaar. De boom won met dank aan tienduizenden proteststemmen tegen de verbreding van de A27. Daarvoor moeten honderden bomen worden gekapt.
Maar liefst 36.693 mensen brachten een stem uit op de meer dan tweehonderd jaar oude zomereik. Op ruime afstand volgt de 'ziektegenezende' koortsboom in Overasselt, die met 1.374 stemmen op de tweede plaats kwam.
"Dit laat voor mij zien dat de inwoners van Utrecht en van Nederland heel veel om groen geven", zegt Merel de Koning van de actiegroep Amelisweerd Niet Geasfalteerd. "Dat mensen zo massaal op deze boom hebben gestemd, komt doordat mensen het echt zat zijn dat de overheid steeds bomen blijft kappen."
De Koning hoopt dat de verkiezingswinst een pijnlijke boodschap stuurt aan het kabinet, dat honderden bomen in Amelisweerd wil laten verdwijnen. "Ik denk dat de politici in Den Haag hier niet zo blij mee zullen zijn." Dankzij de winst dingt de bedreigde boom nu mee naar de titel Europese Boom van het Jaar.
'Krachtige boom'
De 78-jarige Ton Cornelissen zond de Markiezeneik in als vertegenwoordiger van de provincie Utrecht. Hij noemt het "een heel krachtige boom", met zijn lengte van 30 meter en stamomtrek van 5,5 meter. "Iedereen die van fotograferen of tekenen houdt, likt zijn vingers af bij het prachtige schorsreliëf."
Cornelissen was de afgelopen weken regelmatig in het bos om met flyers stemmen te werven voor de Markiezeneik. "Als u deze boom ziet als symbool tegen de snelwegverbreding, stem dan op deze boom", luidde zijn oproep. De verkiezing werd ook veelvuldig gedeeld in Utrechtse WhatsApp- en Facebook-groepen.
De 'slag om Amelisweerd' in 1982 | Beeld: ANPAmelisweerd al tientallen jaren bedreigd
Al in 2010 stelde het toenmalige kabinet-Rutte I voor om de snelweg bij Amelisweerd tot twee keer zeven rijbanen te verbreden. Daar is vervolgens jarenlang over gesteggeld. In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte IV stond dat nog naar alternatieven zou worden gekeken.
