Overheid legt zich niet neer bij uitspraak over adoptie Sri Lankaans kind in 1992
De Nederlandse Staat gaat toch in cassatie in een zaak die draait om een onrechtmatige adoptie uit Sri Lanka in 1992. Een vrouw kon door misstanden niet achterhalen wie haar biologische ouders zijn. Het gerechtshof oordeelde dat de overheid haar een schadevergoeding moet betalen, maar minister Franc Weerwind (Rechtsbescherming) wil zich daar nog niet bij neerleggen.
In een cassatieprocedure buigt de hoogste rechter - de Hoge Raad - zich over de vraag of het hof de wet correct heeft toegepast.
Dat de Staat deze stap zet, is enigszins opmerkelijk. Eerder werden namelijk nog excuses aangeboden voor het onrechtmatige optreden van de overheid. Een onderzoekscommissie had daarvoor geconcludeerd dat tussen 1967 en 1997 veel misging bij adoptiepraktijken. De overheid schoot nog altijd tekort, vonden onderzoekers. Daarop legde het vorige kabinet adopties uit het buitenland stil. Die procedures zijn in april van dit jaar hervat.
Weerwind schrijft dat hij nog altijd volledig achter de excuses staat. Toch vindt hij een oordeel van de hoogste rechter nodig om de juridische aansprakelijkheid in individuele gevallen te kunnen bepalen op grond van het toen geldende recht.
Uitspraak roept volgens minister 'principiële rechtsvragen' op
Weerwind stelt dat de uitspraak van het hof "op bepaalde punten" niet in lijn is met vaste jurisprudentie van de Hoge Raad. De uitspraak roept volgens de minister "een aantal principiële rechtsvragen" op. Hij wil dat daarover uitspraak wordt gedaan, zodat toekomstige zaken makkelijker beoordeeld kunnen worden. Volgens Weerwind is een cassatieprocedure "de enige manier" om duidelijkheid te krijgen.
Hij vindt het heel vervelend voor Delani Butink, de vrouw om wie het gaat. "Het was geen gemakkelijke beslissing en ik besef dat het wrang zal zijn."
