Politieagenten moeten meer van elkaar leren na het gebruik van geweld
Als agenten geweld hebben ingezet, moeten ze achteraf meer van elkaar leren. Dat blijkt uit onderzoek van de Politieacademie dat maandag verschijnt. "Het accent ligt nog te veel op interne verantwoording. Het leren van elkaar komt nog niet goed uit de verf", zegt onderzoeker Otto Adang tegen NU.nl.
In 2013 constateerde de Nationale ombudsman dat de politie te veel focust op de vraag of agenten geweld hadden mogen inzetten. Agenten leerden toen te weinig van elkaar als ze geweld hadden gebruikt.
Na de conclusies van de ombudsman veranderde de politie de manier waarop ze geweld evalueert. De hulpofficier van justitie toetst het gebruikte geweld nu in eerste instantie. De teamchef van de agent begeleidt het leerproces.
Dat gebeurt door zogeheten 'leercirkels' te gebruiken. In eerste instantie zijn die cirkels klein en vindt er alleen een gesprek tussen de betrokken agent en de teamchef plaats. Als blijkt dat een heel team of misschien wel alle agenten in het land er iets van kunnen leren, worden die cirkels groter gemaakt.
Maar dat gaat nog lang niet altijd goed, schrijft de Politieacademie. Teamchefs krijgen het niet altijd te horen als een agent geweld heeft gebruikt. En agenten zien gesprekken over gebruikt geweld al snel als een veroordeling en ervaren het beoordelingsproces vaak als een "disciplinair onderzoek". Het voelt voor hen alsof ze een fout hebben gemaakt.
Volgens Adang komt dat doordat binnen de politie "meer een afrekencultuur dan een leercultuur" heerst. De Politieacademie constateert ook dat te weinig wordt benoemd wat wel goed gaat.
'Je wil dat geweld zorgvuldig wordt gebruikt'
Geweld is het uiterste middel dat de politie kan gebruiken. Daarom is het belangrijk dat agenten ervan leren als er geweld is gebruikt, legt Adang uit. "Politiegeweld kan grote consequenties hebben. Tot de dood aan toe. Je wil dat dat op een goede en zorgvuldige manier gebeurt. Als je geweld kan voorkomen door lessen te trekken, is dat winst voor alle betrokkenen."
Recent gebruikte de politie geweld bij een boerenprotest in Heerenveen. Daar schoot een agent op een zestienjarige jongen in een tractor.
"Bij zo'n incident zou je vragen kunnen stellen als: is de agent voldoende getraind? En is hij door de manier waarop het politieoptreden is georganiseerd in een situatie terechtgekomen waardoor hij zich bedreigd voelde?", zegt Adang.
De Politieacademie constateert dat "het besef dat leren belangrijk is" er is, maar dat dat "in de praktijk toch anders ligt".
"Er zijn nog maar weinig goede voorbeelden van situaties waarbij echt geleerd is", vertelt Adang. Wat daarbij ook niet meehelpt, is dat door het hele land met verschillende systemen gewerkt wordt. Daardoor is een landelijke vergelijking niet goed mogelijk.
Frank Paauw, portefeuillehouder politiegeweld, noemt het belangrijk dat agenten elkaar durven aanspreken. "Het houdt ons scherp en kritisch. Ook voor de politie geldt een leven lang leren."
