Verdachte in Mallorca-zaak aangehouden omdat hij zou hebben gelogen
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft donderdag besloten om een van de verdachten in de Mallorca-zaak aan te houden. Hij wordt verdacht van liegen tijdens zijn verklaring bij de rechter-commissaris.
Martijn T. werd donderdag in de rechtbank ondervraagd als verdachte. Hij zou mogelijk betrokken zijn geweest bij het gevecht voor café de Bierexpress waardoor Carlo Heuvelman uiteindelijk kwam te overlijden.
Zijn rol lijkt echter minimaal. De rechtbank was dan ook vooral geïnteresseerd in wat T. heeft gezien in de nacht van 13 op 14 juli 2021. Hij had zelf verklaard dat hij goed zicht op de situatie had. T. zei dat hij niet heeft gezien dat Carlo op de grond lag en ook niet dat een vriend van Carlo schoppen kreeg terwijl hij op de grond lag.
Op de vraag of er na afloop van de gevechten nog over is gesproken in de villa waar de verdachten verbleven, zei T. dat hij een glas water heeft gepakt, naar zijn kamer is gegaan en niet veel later is gaan slapen.
Nieuw beeldmateriaal leidt tot aanhouding
Op die beelden is T. te zien, wat hij donderdag ook toegaf in de rechtbank. Daaruit blijkt volgens het OM dat T. heeft gelogen bij de rechter-commissaris en dus meineed heeft gepleegd. Dat is strafbaar.
De video is in augustus door de politie aangetroffen op het Snapchat-account van Lars van den H. Op de video is een mannenstem te horen die zegt: "Het hoofd lag gewoon zo op de grond. Dus ik wil gewoon niet weten wat er aan de hand is." Hierbij plaatst de politie wel de kanttekening dat niet helemaal duidelijk is of 'het hoofd' of 'boven' wordt gezegd.
Advocaat: Martijn heeft naar waarheid verklaard
De advocaat van T., Irene Stas, laat weten dat T. op het moment dat hij door de rechter-commissaris werd gehoord, naar waarheid heeft verklaard wat hij op dat moment nog wist.
De aanhouding van haar cliënt kan volgens Stas dan ook niet anders gezien worden dan als een manier om druk te zetten op de verdachten in deze zaak. Volgens de advocaat is de aanhouding zeer onterecht en niet in het belang van dit proces.

