De gemeente Den Haag neemt de Surinaamse kritiek op excuses door Amsterdam, Rotterdam en Utrecht voor het slavernijverleden serieus. Daarom zal de derde stad van het land voorafgaand aan eventuele eigen excuses overleg voeren met betrokkenen in de voormalige Nederlandse kolonie, laat de gemeente weten aan NU.nl.

Den Haag presenteert in november de resultaten van onderzoek naar het slavernijverleden van de stad, zegt een woordvoerder. Daarna besluit de stad of er excuses komen. Hierbij betrekt de gemeente ook de inwoners van de stad die nazaten van tot slaaf gemaakten zijn.

Amsterdam, Rotterdam en Utrecht boden in 2021 en in februari van dit jaar excuses aan voor hun slavernijverleden. Ze overlegden daarover vooraf niet met instanties en betrokkenen in Suriname.

Zowel de Nationale Reparatie Commissie Suriname (NRCS) als het Nationaal Comité Herdenking Slavernijverleden was ontevreden over die aanpak. De slavernijorganisaties verweten de drie steden een eenzijdige Nederlandse blik op excuses.

'Nu wantrouwen over de oprechtheid'

"Nu is er een file aan excuses ontstaan die langer zal worden", licht comitévoorzitter Johan Roozer de onvrede verder toe. "Maar daar hebben wij geen boodschap aan. Er is juist wantrouwen ontstaan over de oprechtheid van de excuses door de manier waarop de steden die hebben gemaakt."

"Het was niet eens duidelijk aan wie de excuses waren gericht", zei Roozer eerder. "Dat voelde niet goed. Zo'n aanpak is onvoldoende." Den Haag neemt de kritiek van de twee Surinaamse slavernijorganisaties "ter harte".

Rutte en DNB overlegden vooraf wel met Suriname

De belofte van Den Haag past binnen een beginnende trend om excuses voor het slavernijverleden vooraf te bespreken met voormalige koloniën. De Nederlandsche Bank deed dat voordat president Klaas Knot in juli excuses maakte.

Premier Mark Rutte ging als onderdeel van onderzoek naar eventuele excuses namens de Nederlandse Staat met beide Surinaamse slaverijorganisaties in gesprek. Die waren daarover te spreken.

"Het slavernijverleden is een heel serieuze zaak", zei NRCS-voorzitter Armand Zunder toen tegen NU.nl. "Dat Rutte eerst met ons in gesprek wil, bewijst dat hij excuses serieus neemt."

Nederlands slavernijinstituut benadrukt gedeelde missie

Volgens voorzitter Linda Nooitmeer van het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) hebben Amsterdam, Rotterdam en Utrecht juist moed en leiderschap getoond door excuses aan te bieden. Op die manier hebben de drie steden bijgedragen aan meer aandacht voor het slavernijverleden in Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Wat eventueel beter kan in het contact tussen de voormalige kolonie en Nederland, mag volgens de NiNsee-voorzitter het goede werk dat verricht is niet overschaduwen. "Dat zou jammer zijn. We voeren in Suriname en Nederland dezelfde strijd."