Limburg zoekt verklaring voor 34 procent groter risico op aangeboren afwijkingen
Limburg wil achterhalen waarom er zo veel aangeboren afwijkingen in de provincie zijn. In mei bleek uit onderzoek van de Universiteit Maastricht dat het risico op aangeboren afwijkingen in Limburg 34 procent groter is dan in de rest van Nederland.
De onderzoekers hadden geen directe verklaring. De provincie wil die toch graag en gaat opnieuw in gesprek met de universiteit.
"Het verhoogde risico varieert van 14 procent voor chromosomale afwijkingen tot wel 72 procent voor afwijkingen aan nieren, urinewegen en geslachtsdelen", schrijft de Limburgse gedeputeerde Madeleine van Toorenburg (CDA) aan de Provinciale Staten. Alleen het risico op afwijkingen aan het skelet en de spieren lijkt in Limburg niet groter te zijn.
In de provincie komen vroeggeboorten en een laag geboortegewicht ook vaker voor. "Dit betekent dat het risico op een minder kansrijke start voor kinderen in Limburg groter is dan in andere provincies in Nederland", schrijft Van Toorenburg. Ze noemt de cijfers "verontrustend" en wil hoe dan ook een antwoord op de vraag hoe dat komt.
Leeftijd, migratie, sociaaleconomische achtergrond en luchtkwaliteit verklaren de vergrote kans op een afwijking niet. Leefstijl en waterkwaliteit kunnen niet vergeleken worden, omdat daarover niet voldoende gegevens zijn. De onderzoekers zagen wel een groter risico op afwijkingen bij kinderen van een moeder die bij de geboorte ouder dan dertig jaar was en bij kinderen van arme ouders.
De provincie wil het aantal aangeboren afwijkingen volgens Van Toorenburg verkleinen met beleid. Daar is dan wel eerst een duidelijke verklaring voor nodig.
