Een agent schoot dinsdagavond gericht bij een boerenprotest bij Heerenveen. Volgens de politie probeerden rellende boeren met tractoren in te rijden op agenten en dienstauto's. Als dat bewezen wordt, mag de politie gericht schieten op verdachten. Uit noodweer, maar ook om iemand aan te houden als hij of zij vlucht. Al is schieten op een rijdend voertuig zelden effectief, zegt politiewetenschapper Jaap Timmer van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Op beelden die via sociale media rondgaan is te zien hoe een trekkerbestuurder wegrijdt bij politieauto's, waarna een agent gericht op het voertuig schiet. De Rijksrecherche gaat onderzoeken wat er precies is gebeurd. De beelden laten dus niet zien dat de trekker op de politie inreed, maar dat zou ook bijvoorbeeld al vóór de opname kunnen zijn gebeurd. Of juist niet. We weten het simpelweg nog niet.

"Als trekkers inderdaad op agenten inreden, is dat poging tot doodslag", zegt Timmer. Een ernstig geweldsdelict dus, wat de politie de bevoegdheid geeft om iemand met geweld aan te houden. "Als de aanleiding voor de aanhouding een ernstig geweldsdelict is, kan het rechtmatig zijn om daar gericht voor te schieten", aldus Timmer.

"Het gaat hier dus niet om zelfverdediging van de politie", vervolgt de politiewetenschapper. "Het is een politietaak om verdachten aan te houden. Zeker als iemand geen kenteken heeft, wat soms het geval is bij de trekkers, kan het lastig zijn om iemand achteraf op te sporen."

Otto Adang is bijzonder hoogleraar Veiligheid en Collectief Gedrag aan de Rijksuniversiteit Groningen en werkt ook voor de politieacademie. Hij beaamt dat de politie niet alleen uit noodweer, maar ook ter aanhouding bij een zwaar vergrijp mag schieten. Daar voegt hij aan toe: "Wat we uiteraard niet weten, is of de agent de intentie had te schieten op de trekker of op de bestuurder van de trekker."

Politie schiet gericht bij boerenprotest in Heerenveen
35
Politie schiet gericht bij boerenprotest in Heerenveen

Schieten op een wegrijdend voertuig levert zelden wat op

Stel nou dat de politie inderdaad niet uit noodweer schoot, maar om de bestuurder aan te houden. Dan is het nog maar de vraag of kogels effectief zijn. "Een trekker stopt niet van kogels", zegt Timmer. Ook volgens Adang lijkt dat geen logische zet. "Een auto kan bijvoorbeeld nog blijven rijden als een band is lekgeschoten, en dat geldt nog veel sterker voor een trekker."

"Het leidt er bijna nooit toe dat iemand stopt met rijden na een beschieting", vervolgt Timmer. Het gebeurt ongeveer vijftig keer per jaar dat de politie op een wegrijdend voertuig schiet, en hij kent geen gevallen dat het tot een gewenst resultaat leidde.

Er kleven bovendien ernstige risico's aan: de kogels kunnen afketsen en omstanders raken. En als een kogel het voertuig binnendringt, is de kans groot dat een bestuurder in het bovenlijf geraakt wordt. Wanneer een verdachte wegrent, richt de politie op de benen zodat iemand niet in levensgevaar komt.

Timmer kent een voorbeeld van een hardrijdende auto met een doodgeschoten bestuurder. "Levensgevaarlijk. Bovendien lopen onschuldige bijrijders ook risico's."

Agenten schieten soms uit onmacht

Timmer weet dat agenten soms ook uit onmacht achter voertuigen aan schieten. "De schutter is dan teleurgesteld over een mislukte aanhouding en ziet geen andere opties meer. Als een agent al waarschuwingsschoten gelost heeft, is de drempel lager om het wapen nogmaals te gebruiken."

Tot slot oordeelt het OM soms dat het schieten op een rijdend voertuig soms niet rechtmatig is, maar "menselijkerwijs wel begrijpelijk". Daarvoor wordt een schietende agent doorgaans niet veroordeeld. "Het is goed dat dit wordt onderzocht, want geen twee situaties zijn hetzelfde."