Noord-Holland heeft vrijdag als eerste provincie officieel excuses aangeboden voor de rol in het slavernijverleden. Dat deed commissaris van de Koning Arthur van Dijk namens het provinciebestuur tijdens de viering van Ketikoti in het provinciehuis in Haarlem.

Van Dijk bood de excuses aan "aan de nazaten van tot slaaf gemaakten, mensen die het onrecht van toen vandaag nog ervaren. Excuses voor wat onze gezagsdragers toen hebben aangericht in het leven van onschuldige mensen. Wij nemen in deze tijd afstand van wat ze in die tijd hebben gedaan."

"Als provincie willen we het verleden open in de ogen kijken, omdat er in een vrij en democratisch land ruimte is en moet zijn voor ieders verhaal", aldus Van Dijk. "Zeker als dat verhaal nog te weinig bekend en erkend is en nog altijd pijn doet, generatie op generatie."

"Dit doen we niet alleen door excuses te maken, maar juist door samen naar de toekomst te kijken, te leren van het verleden, door er veel over te praten, goed naar elkaar te luisteren en elkaar de ruimte te geven."

Slavernijverleden van het provinciehuis

Tijdens de viering van Ketikoti in het provinciehuis werd ook de tentoonstelling Verborgen Noord-Holland geopend. De expositie gaat over het slavernijverleden van de provincie.

De commissaris stond in zijn toespraak ook stil bij het slavernijverleden van het provinciehuis, Paviljoen Welgelegen. Dat werd eind achttiende eeuw gebouwd als buitenhuis van de rijke bankier Henry Hope.

Uit onderzoek dat de provincie liet doen, bleek dat Hope onder meer geld verdiende met leningen aan plantages in het Caribisch gebied. Ook bleek het paviljoen gebouwd met geld dat mede werd verdiend door de slavernij.

Het provinciehuis "staat symbool voor het licht én het donker uit ons verleden. En het zegt ook iets over onze toekomst, want de keuze voor licht en donker is er elke dag. En die keuze is aan onszelf", aldus Van Dijk.

Halsema bood vorig jaar excuses aan namens Amsterdam

Vorig jaar bood burgemeester Femke Halsema excuses aan voor de rol die Amsterdam heeft gespeeld in het slavernijverleden. Daarna volgden Rotterdam en Utrecht.

Na grootschalige antiracismeprotesten in juni 2020 namen de Provinciale Staten van Noord-Holland een motie aan om ook binnen de provincie aandacht te vragen voor racisme, discriminatie en slavernijverleden.

Eerder vandaag bood De Nederlandsche Bank bij de Nationale Herdenking Slavernijverleden ook excuses aan voor de bijdrage die de bank heeft geleverd aan de slavernij.