De vijf vrouwelijke Syriëgangers die door Nederland zijn opgehaald uit een vluchtelingenkamp in Syrië blijven vastzitten in afwachting van de verdere behandeling van hun strafzaak. Dat bleek donderdag uit een tweede niet-inhoudelijke zitting bij de extra beveiligde rechtbank in Rotterdam.

De vrouwen en kinderen zijn in februari opgehaald uit het Koerdische vluchtelingenkamp Al Roj in het noorden van Syrië, waar ze onder slechte omstandigheden leefden.

Twee van de vijf gaven bij een eerdere zitting al aan liever vast te blijven zitten, om te voorkomen dat ze na hun berechting opnieuw in de cel belanden om hun straf uit te zitten. Ze willen niet dat hun kinderen opnieuw afscheid moeten nemen als ze in de toekomst worden veroordeeld tot een celstraf.

Voor een van hen, Naima el O. (53), wordt op verzoek van haar advocaat aan de reclassering gevraagd om een rapport uit te brengen over de mogelijkheid tot het schorsen van haar voorlopige hechtenis. De rechtbank wil dat hierbij wordt gekeken of het dragen van een enkelband een optie is.

De advocaat van El O. wees in haar betoog op de slechte lichamelijke en geestelijke conditie van de vrouw, die zwaargewond is geraakt bij een brand in het Koerdische kamp. In de gevangenis zou ze al twee keer zijn gevallen en buiten bewustzijn zijn geraakt. "De gevangenis doet haar best, maar het is geen geschikte omgeving voor haar", aldus de advocaat.

De zaak gaat verder op 15 september. Het gaat dan opnieuw om een niet-inhoudelijke zitting.