Een vrouwelijke Syriëganger behoudt haar Nederlanderschap. Het besluit om haar ongewenst te verklaren en haar het Nederlanderschap te ontnemen, is woensdag door de Raad van State (RvS) vernietigd. Volgens de Raad heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de belangen van haar twee minderjarige kinderen niet genoeg meegewogen.

De vrouw vertrok in 2013 naar Syrië en trouwde daar met een IS-strijder. In 2015 en 2016 kreeg zij in dat land twee kinderen. Ze verheerlijkte openlijk de werkwijze van terreurbeweging Islamitische Staat (IS) en poseerde met een automatisch vuurwapen.

Tot 2019 leefde ze in door IS-gecontroleerd gebied, daarna verbleef ze in een Koerdisch kamp. Haar Nederlandse nationaliteit werd ingetrokken en ze werd eind oktober 2019 ongewenst verklaard. Half november kwam zij met een Turks nooddocument via Ankara naar Nederland, waar ze sinds haar aankomst op Schiphol in de gevangenis zit.

De rechter heeft haar veroordeeld tot vier jaar cel voor deelname aan een terroristische organisatie en het voorbereiden van terroristische misdrijven. De Raad van State is het dan ook eens met de redenen van de staatssecretaris om haar ongewenst te verklaren, maar vindt óók dat in de huidige omstandigheden het belang van de kinderen bij het besluit betrokken moeten worden. Haar minderjarige kinderen hebben namelijk de Nederlandse nationaliteit, wonen hier en gaan hier naar school.

De vrouw het land uitzetten heeft grote gevolgen voor de kinderen. Aangezien dit niet is meegewogen, wordt het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verworpen.

Een woordvoerder van staatssecretaris Eric van der Burg kon nog niet zeggen of er een nieuwe procedure tegen de vrouw wordt gestart. "We bestuderen de uitspraak en lopen voorlopig nog niet op de gevolgen vooruit."

Vijf personen die werden aangezien voor jihadisten kregen in 2019 officieel het Nederlanderschap terug. De Raad van State besloot in april dat twee mannen onterecht hun Nederlanderschap verloren nadat zij zich hadden aangesloten bij strijdgroepen in Irak en Syrië. Op het moment dat ze actief waren bij deze groepen, waren deze organisaties namelijk nog niet verboden verklaard.