Zeker tien van de veertien jeugdbeschermingsorganisaties in Nederland slagen er niet in om kwetsbare kinderen binnen de wettelijke norm van vijf werkdagen van een vaste jeugdbeschermer te voorzien. Dat blijkt zondag uit een rondgang van RTL Nieuws.

De onderzoeksredactie sprak met jeugdbeschermingsorganisaties die actief zijn in Amsterdam en Rotterdam, Limburg, Noord-Brabant, Gelderland, Groningen en Drenthe. Ook twee landelijk opererende organisaties namen deel aan het onderzoek.

"Ik vind het kwalijk dat wij als samenleving de meest kwetsbare kinderen onvoldoende prioriteit geven", zegt Arina Kruithof, bestuurder van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond en Jeugdzorg Nederland.

Ook Jeugdbescherming Brabant komt vaak in de knel. Het lukte de organisatie deze maand in 55 procent van de gevallen niet om kinderen binnen vijf werkdagen te spreken. "Het liefst helpen we alle kinderen direct. Maar door het tekort aan medewerkers komen de zaken die het minst urgent zijn helaas later aan de beurt", aldus Rinda den Besten van Jeugdbescherming Brabant.

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) kwam vorig jaar juli tot de conclusie dat een derde van de kwetsbare kinderen met ingewikkelde problemen niet tijdig passende hulp krijgt. De IGJ zei destijds in gesprek met NU.nl dat ongeveer vijfduizend kinderen in 2020 te laat passende hulp kregen.

Een paar maanden daarvoor hadden de Kinderombudsman, de Nationale ombudsman, de Nederlandse Zorgautoriteit en de Raad voor Volksgezondheid daarover ook al aan de bel getrokken.