Rutte biedt Dutchbat-veteranen excuses aan, 27 jaar na Srebrenica-drama
Minister-president Mark Rutte heeft honderden Dutchbat-veteranen zaterdag excuses aangeboden voor de handelwijze van het kabinet rond het drama in Srebrenica in 1995. Rutte zei dit tijdens een 'dag van erkenning en waardering' voor de veteranen van Dutchbat III op de Oranjekazerne in Schaarsbergen. Defensieminister Kajsa Ollongren en de Commandant der Strijdkrachten Onno Eichelsheim waren ook aanwezig.
De 325 aanwezige Dutchbatters hebben van Ollongren het Ereteken voor Verdienste in brons gekregen. De regering wil daarmee steun aan en verbondenheid met de veteranen van Dutchbat III uitdrukken, aldus de minister.
Rutte uitte zijn "respect voor de manier waarop Dutchbat III onder moeilijke omstandigheden steeds heeft geprobeerd het goede te doen. Zelfs toen dat eigenlijk niet meer ging."
De premier bood excuses aan namens de regering. Hij acht de Nederlandse staat verantwoordelijk voor de omstandigheden waaronder de veteranen werden uitgezonden en "het gebrek aan steun toen Dutchbat III onterecht in het beklaagdenbankje terechtkwam".
"De wereld liet het op een verschrikkelijke manier afweten", aldus Rutte in een toespraak zaterdag. "Jullie kregen gemakkelijke verwijten achteraf van critici die zelf hoog en droog in het veilige Nederland zaten." Volgens de premier voelen de Dutchbat-veteranen het gebrek aan erkenning nog elke dag. "Voor het feit dat mandaat, materieel en de militaire support tijdens de uitzending tekortschoten. Dat jullie op pad gestuurd werden met een opdracht die gaandeweg onuitvoerbaar bleek."
Veteranen kregen 5.000 euro en een bezoek aan Srebrenica
Het kabinet had al eerder toegezegd met eerherstel te komen, na een advies van een commissie onder leiding van Hans Borstlap. Vanwege de coronamaatregelen was het niet mogelijk om de ceremonie eerder te laten plaatsvinden.
Voorzitter Olaf Nijeboer van vereniging Dutchbat III zei in aanloop naar de bijeenkomst al dat hij op excuses rekende: "Excuses dat de werkgever, het ministerie van Defensie, niet de zorg heeft geboden die nodig was en dat ze niet voor ons zijn opgekomen."
Na het advies van Borstlap uit 2021 kregen de Dutchbat-veteranen al een tegemoetkoming van 5.000 euro. Ook gaat het kabinet zorgen dat veteranen en hun familieleden Srebrenica nog eens kunnen bezoeken, in het kader van verwerking.
De commissie-Borstlap concludeerde dat een meerderheid van de Dutchbatters zich onvoldoende gesteund voelen door Defensie, het kabinet en de samenleving. Zo'n 20 tot 30 procent van hen heeft zorg nodig, was een van de conclusies. Ook schetsten de media een te negatief beeld van de missie, vinden veel veteranen.
Serviërs blokkeerden aanvoer van munitie en voedsel
De VN-missie in de jaren negentig werd opgetuigd nadat de Sovjet-Unie uiteen was gevallen. Daardoor kreeg het nationalisme een nieuwe impuls onder verschillende bevolkingsgroepen in Joegoslavië. De strijd tussen Bosniakken (Bosnische moslims), Kroaten en Serviërs was het hevigst in Bosnië en Herzegovina, dat zich in maart 1991 afscheidde.
Het mijnstadje Srebrenica, gelegen in bergachtig gebied, was in 1992 veroverd door de Bosniakken, die het gebruikten als uitvalsbasis voor aanvallen op Servische dorpen. Het inwonertal steeg van 5.000 tot ongeveer 55.000 door vluchtelingen die uit de omgeving naar Srebrenica trokken.
De VN-Veiligheidsraad riep Srebrenica uit tot een gedemilitariseerde 'veilige zone', die beschermd moest worden door een internationale vredesmacht. Maar Serviërs hielden de VN-konvooien met noodhulp buiten en wachtten tot de honger zijn werk deed. Brandstof, voedsel en munitie werden schaars.
Militaire steun bleef uit na Servische aanval
Na een aanval op 3 juli 1995 van de Bosnisch-Servische troepen vielen de VN-observatieposten als dominostenen. De Nederlandse commandant, luitenant-kolonel Thom Karremans, vroeg meerdere keren om NAVO-luchtsteun, maar die verzoeken werden afgewezen. Dutchbat trok zich terug op de basis in Potocari, waar duizenden vluchtelingen uit Srebrenica ook naartoe trokken.
Daar vonden de moorden en verkrachtingen plaats. Mannen en jongens werden nooit meer teruggezien, net als de meeste van hun lotgenoten die probeerden over de bergen te vluchten. Naar schatting 8.500 Bosnische moslims vielen ten prooi aan de ergste genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse blauwhelmen konden de massamoord door de Bosnisch-Servische troepen niet voorkomen.



